PGMBD

ZWO

printen

In gesprek met Pier Prins

14-04-2013

Overgenomen uit het kerkblad van Geleen-Beek-Urmond ter gelegenheid van het 25-jarig predikants-jubileum van dominee Pier Prins.

“Aan het einde van mijn middelbare schooltijd wist ik nog niet wat ik wilde gaan studeren. Ik had een alfa pakket, dus technische studies vielen sowieso af. Ik twijfelde tussen de studie Nederlands en Theologie” zegt Pier Prins. “Het is Theologie geworden – niet met de bedoeling predikant te worden maar omdat de studie me heel sterk aansprak. Het is namelijk een heel brede studie die naast de theologieopleiding ook veel aandacht besteedt aan taal, geschiedenis, cultuur en maatschappelijke betrokkenheid.

En zo ben ik in 1978 op de Vrije Universiteit in Amsterdam aan de Faculteit der Godgeleerdheid aan de studie begonnen. En ik heb er geen seconde spijt van gehad”.

Waarom ging je naar Amsterdam en niet naar Kampen of Groningen?

“Ik wilde naar de stad. Kampen viel voor mij af en hoewel Groningen   ook een mooie stad is om te wonen en te studeren werd het toch Amsterdam. Het studieprogramma van de VU had toch mijn voorkeur.

De jaren tachtig waren roerige jaren in Amsterdam en het was een spannende tijd om theologie te studeren. We hadden heftige discussies over allerlei kwesties die speelden: kernwapens, abortus, woningnood. We wilden de wereld veranderen. De maatschappelijke betrokkenheid en het idealisme, het voelde zo ontzettend goed. Echt, ik kijk met ongelooflijk veel plezier terug op mijn studententijd in Amsterdam.”

Je bent uiteindelijk toch predikant geworden.

“Halverwege de studie had ik het plan godsdienstleraar te worden maar na verloop van tijd kwam ik tot de conclusie dat dit toch niet echt was wat ik zocht. Dat het best wel aardig was in het onderwijs maar dat ik mezelf dit niet mijn hele leven zag doen. Ik merkte dat mijn hart toch meer lag bij het predikantschap, bij het pastoraat. 

Dus heb ik uiteindelijk toch besloten dominee te worden en daar heb ik tot de dag van vandaag nog geen seconde spijt van gehad.”

 En nu ben je dus al vijfentwintig jaar predikant?

“Ja. Op zondag 10 april 1988 ben ik als dominee bevestigd in de Gereformeerde kerk in Warffum – een mooi dorpje in het noorden van Groningen. De Gereformeerde kerk en de Hervormde kerk hier waren nog redelijk gescheiden. Er waren wel af en toe gemeenschappelijke diensten en in het jeugdwerk werd ook al wel veel samen gedaan maar het Samen op Weg-proces verliep moeizaam. Ik heb er tot 1994 – dus bijna  zes jaar – gewerkt.” 

Wat heeft je doen besluiten daar weg te gaan?

“Ik kreeg een telefoontje uit Frankfurt met de vraag of ik er voor voelde predikant te worden in de Gereformeerde Kerk van Duisburg-Ruhrort. Al in 1898 was in Duisburg een Gereformeerde kerk opgericht en een paar jaar later ook in Ruhrort. Er woonden toen heel veel Nederlanders in het Ruhrgebied. Die werkten er in de industrie, in de landbouw en in de havens. De Gereformeerde Kerk was van mening dat het pastoraat niet ophield bij de grens en dat het voor de Gereformeerde Nederlanders in Duitsland belangrijk was op zondag Nederlandse kerkdiensten te kunnen bijwonen en om in de eigen landstaal de preek te horen. Later zijn de  gemeenten van Duisburg en Ruhrort samengevoegd en na de Tweede Wereldoorlog werden er ook kerkelijke activiteiten voor Zuid-Duitsland georganiseerd.

Ik wilde wel graag een paar jaar naar het buitenland en het werk in deze gemeente sprak me aan. Ik heb het beroep aangenomen en zo zijn wij in 1994 naar Gross-Bieberau (in de buurt van Darmstadt) verhuisd. Ik heb goede herinneringen aan deze tijd. Het werk was zeer afwisselend en mijn werkgebied was uitgebreid. Ik verzorgde kerkdiensten in Frankfurt, Stuttgart en Karlsruhe. En hoe mijn week er uit ging zien was van te voren vaak niet bekend. Ik legde huisbezoeken af, leidde gesprekskringen, bezocht Nederlanders die in Duitse gevangenissen zaten. Het was een drukke maar afwisselende baan waarin ik ook veel onderweg was.


We woonden er met heel veel plezier. Onze kinderen gingen naar de Duitse school: de tweeling naar de Grundschule en de jongste naar de Kindergarten – te vergelijken met onze vroegere kleuterschool.”  

Waarom zijn jullie naar Nederland  teruggekomen?

“Het leek ons voor de kinderen beter om terug te gaan toen de tweeling tien jaar oud was. In Duitsland gaan de kinderen op die leeftijd namelijk al naar het voortgezet onderwijs en dat wilden wij ze liever in Nederland laten volgen. Daarom ben ik de advertenties in de gaten gaan houden. Toen ik de advertentie las van de Protestantse Gemeente Geleen-Beek-Urmond sprak die mij meteen aan. Het trok me wel om in die gemeente te gaan werken. Een open en gastvrije gemeente kwam uit de advertentie naar voren.

 

En dat bleek ook later bij het gesprek dat ik met de beroepingscommissie had. De gemeente Geleen-Beek-Urmond toont veel overeenkomsten met de gemeente waar ik in Duitsland werkte. Ook hier zijn de mensen vanuit alle windstreken gekomen. Dat geeft diversiteit – verscheidenheid – aan de gemeente. Heel anders dan een gemeente waar de mensen generaties lang geworteld zijn in de eigen (streek)traditie.

 

Het Samen op Weg-proces was hier op een goede manier afgerond en ook de contacten die onderhouden worden met Erfurt en Baal-Lövenich vond ik een pluspunt. Over grenzen heenkijken is belangrijk – zeker voor een kerk.

 

Toch was er ook een verschil met de gemeente in Duitsland en wel het leeftijdsverschil. Daar waren nog veel jonge gezinnen terwijl toen ik hier in 1998 begon de gemeente al langzaam begon te vergrijzen.”   

 

Je bent hier nu vijftien jaar. Hoe kijk je daar op terug?

“Ik vind dat ik de juiste beslissing genomen heb om hier aan het werk te gaan. Vanaf het eerste moment heb ik me echt thuis gevoeld. En nog.  Ik doe mijn werk nog iedere dag met plezier. Vooral ook omdat de sfeer zo goed is. Er zijn best wel verschillende meningen en ideeën maar de  mensen hier staan open voor elkaar, ze geven elkaar ruimte.

 

In de Ontmoetingskerk vind je ook een Herberg en dat zegt veel over onze gemeente: ontmoeting en gastvrijheid staan hoog in het vaandel. Zo is er het Actualiteitencafé “De Herberg” waar iedereen binnen kan lopen en waar gediscussieerd wordt over actuele onderwerpen op het grensvlak van geloof en maatschappij. Het Kringenwerk dat zijn domicilie heeft in de Ontmoetingskerk. De ouderenmiddagen, Emmaplein 50… Het loopt allemaal want er zijn – ondanks het feit dat de gemeente kleiner wordt en de gemeenteleden ouder – nog steeds voldoende mensen die zich in willen zetten. Die de schouders eronder zetten. Die met ideeën komen. En in zo’n gemeente is het goed werken.”

 

Wat betreft het Kringenwerk. Je bent daar zelf ook bij betrokken als inleider. Vaak met een boekbespreking.

“Ja, goede boeken lezen was op de middelbare school al een hobby van me en dat is het door de jaren heen gebleven. Ik heb niet voor niets getwijfeld tussen de studie Nederlands en Theologie. En ik mag ook graag een boek bespreken met anderen. Helaas heb ik tegenwoordig weinig tijd meer om te lezen.”

 

Tot slot: je viert het jubileum op zondag 14 april. Zijn er veel officiële genodigden?

“Nee, alleen een paar collega’s uit de regio. Ik wil het jubileum graag gewoon samen met de gemeente vieren in een feestelijke kerkdienst in de Ontmoetingskerk. Het Kerkkoor en de Cantorij zullen de dienst opluisteren en daarna is er een gezellig samenzijn met koffie, vlaai, een hapje en een drankje. Iedereen is van harte welkom.”

 

Door: Janny van der Laan-Jongsma


laatste update.: