PGS

ZWO

printen

GEMEENTELEDEN AAN HET WOORD

23-09-2020

Samen slaan we nieuwe wegen in. Ook na het samengaan van onze kerken is het goed om elkaar beter te leren kennen. In dit nummer van Onderweg leggen we een aantal vragen voor aan Ruud Steen (voormalig PGGBU) en Monica Bosman (voormalig PGSG). Ieder mens is uniek; al zijn de vragen vaak hetzelfde, geen antwoord is gelijk!

Waar en wanneer groeide je op en in welk soort (kerkelijk) gezin? Hoe is nu je gezinssituatie?
MONICA: Ik ben in Amsterdam opgegroeid als oudste kind in een rooms-katholiek gezin met drie kinderen. Toen ik nog jong was gingen wij op zaterdagavond naar de kerk, maar waren thuis niet echt met het geloof bezig. Ik heb wel mijn Eerste Heilige Communie en het Heilig Vormsel gedaan. Mijn pleegouders zijn gereformeerd en met hen ging ik naar een samen-op-weg gemeente in Lelystad. Daar voelde ik me zo thuis dat ik me heb laten omschrijven naar de gereformeerde kerk. In 1986 leerde ik Bert kennen, hij is katholiek. Ik ben in de eerste jaren van onze relatie met Bert naar de katholieke kerk in Echt en Sittard geweest, maar dat sprak mij niet echt aan. Toen we kinderen kregen heeft Gerrie Zandstra ons uitgenodigd voor een dienst in de Johanneskerk. Daar voelden wij ons vrijwel direct thuis. Wij hebben naast onze twee kinderen sinds een jaar ook een kleindochter.
RUUD: Ik groeide op in Hoensbroek en kom uit een gezin van 4 kinderen. Ik had één oudere broer en twee jongere zussen. Qua leeftijd lagen we nogal uit elkaar, mijn broer was 5 jaar ouder en mijn zussen resp. 7 en 12 jaar jonger. Mijn vader had een grote kapperszaak met 6 man personeel, mijn moeder bestierde het huishouden, maar was ook actief in het protestantse schoolbestuur en in de kerkenraad. Als kinderen zijn wij allen in het onderwijs terecht gekomen. Wij waren redelijk vrij in het naar de kerk gaan, maar toch ben ik een regelmatige kerkbezoeker geworden. Mijn vrouw kwam uit een vrij strenge denominatie ( Vergadering der gelovigen) maar is overgestapt naar de Hervormde kerk, wat helaas tot fricties in haar familie leidde. Samen hebben we belijdenis gedaan. Dit alles heeft onze band met de kerk verstevigd. Mijn huidige gezinssituatie: ik ben bijna 83 jaar, heb een dochter (in Friesland) en een zoon in Australië. Heleen, mijn echtgenote, is anderhalf jaar geleden plotseling overleden. Ik ben dus alleen maar elke maand komt mijn dochter, die dan 2 dagen bij mij blijft en ik heb wekelijks via Skype of Whats- app contact met mijn zoon. Ik heb zes kleinkinderen met wie ik in de familie-app regelmatig contact heb.

Welke opleiding heb je gevolgd en wat doe je in het dagelijks leven?
MONICA: Ik heb de Z-opleiding gevolgd en met mensen met een verstandelijke beperking gewerkt. Tegenwoordig werk ik als vrijwilliger bij Burgerkracht en geef ik, voornamelijk op scholen, voorlichting over kindermishandeling. Mijn collega en ik zijn jaren geleden, wij werkten toen bij de Stichting Jeugd Zorgvragers, in contact gekomen met een jongere die tijdens haar opleiding Pedagogiek bij Fontys een app (Care-Free) heeft ontwikkeld over kindermishandeling. Op het moment zijn wij druk bezig geld bij elkaar te krijgen voor het ontwikkelen van lesmateriaal, zodat leerkrachten de tools krijgen om in de klas kindermishandeling bespreekbaar te maken.
RUUD: Na de Mulo bezocht ik de Kweekschool in Maastricht en na een jaar militaire dienst werd ik benoemd als onderwijzer aan de Oleanderschool in Lindenheuvel. Ik heb slechts twee jaar aan de lagere school gestaan en werd toen “gevraagd” om over te stappen naar de Mulo. Na een studie van 5 jaar behaalde ik mijn middelbare akte Duits. Toen er een nieuwe directeur kwam werd ik adjunct- directeur en in 1973 werd ik directeur van de school, die inmiddels Mauritsmavo was geworden. Na een bloeiperiode waarin de school steeds groter werd en het gebouw uitgebreid werd aan de Mauritslaan in Geleen, nam het aantal leerlingen af en kwam het voortbestaan als zelfstandige school in gevaar. Na heel veel en moeilijk overleg fuseerde de school in 1986 met de Scholengemeenschap Sint-Michiel, die toen een oecumenische grondslag kreeg. Mijn functie werd “conrector”. Ik gaf weinig les, maar vervulde allerlei managementtaken. Zo was ook de communicatie aan mij toebedeeld, hetgeen betekende dat ik veel moest schrijven. Het was een moeilijke startperiode, want twee schoolculturen moesten één worden. Daarna heb ik er ook goede jaren gekend. In oktober 1998 ging ik met pensioen en ik “geniet” daar al meer dan 21 jaar van.

Doe je vrijwilligerswerk in de kerk?
MONICA: Jaren geleden ben ik begonnen als wijksecretaris van wijk west. Dat heb ik zes jaar gedaan tot ik ouderling pastoraat in wijk oost werd. Een aantal jaren geleden ben ik begonnen als redactielid van Gaandeweg, wat inmiddels Onderweg is geworden. Samen met Willy de Koning bewerk ik de kopij. We hebben min of meer een vaste verdeling, waarvan Willy het grootste deel van de kopij bewerkt en ik de bewerkte kopij op de website plaats. Gerdien Zwartkruis zet de Onderweg in elkaar. We zijn een goed team en het is leuk om samen het kerkblad vorm te geven. Het is goed dat Ruud Steen ons team komt versterken. Zo hebben we ook iemand binnen de redactie die feeling heeft met de gemeenteleden uit Geleen-Beek en Urmond. Naast mijn redactiewerk verstuur ik de digitale nieuwsbrieven. Ik vind het belangrijk betrokken te zijn bij de kerk. Een kerk vorm je samen. Daarnaast merk ik dat het een positief effect heeft op mijn geloofsbeleving.
RUUD: Dat kan ik volmondig beamen. Binnenkort treed ik terug als kerkenraadslid. Ik weet niet meer hoe lang, maar zeker 16 jaar ben ik kerkenraadslid geweest, waarvan ook ruim 4 jaar voorzitter. Ik heb in de bouwcommissie van de Ontmoetingskerk geparticipeerd, ik heb ook heel wat jaren in de Classis Limburg gezeten. Ik ben ook al heel wat jaren “oudste”. Ik heb het beamer-gebruik gepropageerd en heb aan de ouderen uit onze gemeente diverse jaren een cursus Internetten en Computer-gebruik gegeven. Ook heb ik een cursus gegeven hoe een Liturgie-powerpoint gemaakt kan worden. Ik heb het altijd belangrijk gevonden om ook de gemeente levendig te houden. Voor mijzelf vind ik voldoening in dit kerkenwerk.



Wat betekenen geloof en kerk voor jou persoonlijk?
MONICA: Het geloof is heel belangrijk voor mij. Het is de basis van waaruit ik leef en geeft mijn leven richting. Ik voel mij gedragen op momenten waarop het leven wat minder gemakkelijk is en die momenten kennen we allemaal. Het gevoel dat je er mag zijn en God je niet loslaat ervaar ik als heel waardevol. Verder ben ik heel dankbaar dat ik deel uitmaak van deze kerkgemeenschap waar we elkaar in onze waarde laten.
RUUD: Ik heb een paar keer in mijn leven heel intens gevoeld, dat God mij nabij is en mij draagt. Dit waren zulke existentiële ervaringen, die in mijn leven een grote rol spelen. Als ik het moeilijk heb, denk ik steeds weer aan die ingrijpende momenten.

Wat wens je de kerk toe?
MONICA: Dat we de verbinding met elkaar en de wereld buiten onze kerkgemeenschap blijven opzoeken. Dat we ook in de toekomst manieren blijven vinden om kerk te zijn met elkaar, ons geloof samen te beleven. Ik ben heel blij met de komst van kerk tv.. Zo kunnen gemeenteleden die niet naar de kerk gaan toch de dienst volgen of terugkijken als ze daar behoefte aan hebben. Dat vangt natuurlijk niet alles op, het contact met elkaar blijft belangrijk, maar het zorgt toch voor een stukje verbinding.
RUUD: Ik wens onze nieuwe gemeente vooral een hechte saamhorigheid toe. Zover is het nog niet, want ik hoor ook in mijn oude gemeente wat negatieve geluiden. Men voelt zich al gauw de “underdog”. Dat moeten we voorkomen door een grote openheid en wederzijds respect te betrachten. Er zijn ook positieve geluiden. Als nieuwe gemeente zijn we weer een factor van betekenis. Onlangs hebben we bijvoorbeeld een mooie Spring-dienst “beleefd”. Deze Spring-diensten van gemeenteleden voor gemeenteleden zijn een verrijking van het spirituele aanbod. Ondanks de beperkingen die dit corona-tijdperk ons oplegt, moeten we er alles aan doen om elkaar beter te leren kennen.

Wat zijn jouw passies/hobby’s?
MONICA: Ik wandel graag met onze hond. Verder quilt ik, al staat dat sinds ik voorzitter van Synoidos ben op een laag pitje. Bij quilten moet je echt je aandacht houden en die rust heb ik niet altijd. Verder lees ik, al doe ik dat voornamelijk als we op vakantie zijn. Op aanraden van Adelante ben ik begonnen met diamond painting. Daar zou ik uit mezelf nooit mee zijn begonnen, maar ik heb door mijn gehoorverlies last van tinnitus en dit geeft rust. Balans vinden tussen momenten van inspanning (horen) en momenten van rust/stilte is voor het omgaan met tinnitus heel belangrijk. Dat is in deze coronacrisis wel een uitdaging, omdat Bert grotendeels thuis werkt. 
RUUD: Toen ik 12 jaar oud was, heeft een oom mij leren foto’s te ontwikkelen. Het maken van foto’s heeft me vanaf dat moment enorm gegrepen. Samen met mijn handige grootvader maakte ik van een oude platencamera een vergrotingstoestel. Ik had een eigen donker kamer op zolder. Ik werd lid van een fotoclub en op 16 jarige leeftijd hing al een foto van mij op een tentoonstelling. Later is daar smalfilmen bijgekomen en beide hobby’s zijn nu gedigitaliseerd. Ik ben nog steeds lid van een filmclub en kijk, nu ik vaak alleen thuis ben, naar de meer dan 250 films die ik vanaf 1973 heb gemaakt. Ook heb ik een zeer uitgebreid fotoarchief waarmee ik het verleden weer kan laten herleven. Het maken van meubeltjes, wat ik ook graag deed, is nu een stuk minder. Na een tia in 2018 ben ik fysiek erg achteruit gegaan. Voor het monteren van films, heb ik me ook verdiept in de mogelijkheden van de computer, wat ook weer een boeiende hobby is geworden.

De coronacrisis blijft maar voortduren. Heeft het veel invloed op je leven? 
MONICA: Ja, best wel. Ik behoor vanwege mijn luchtwegproblemen en verminderde weerstand tot de risicogroep en moet dus extra voorzichtig zijn. Dat betekent drukte zoveel mogelijk vermijden en me aan de anderhalve meter afstand houden. Hoewel ik iemand ben die denkt in mogelijkheden in plaats van te denken aan wat allemaal niet kan, vind ik het soms best moeilijk om keuzes te maken. De kwaliteit van leven is belangrijk, maar ik moet ook de risico’s zoveel mogelijk beperken. Ik merk dat steeds meer mensen denken dat die anderhalve meter niet zo belangrijk is, want de kans op besmetting is toch maar klein. Dat betekent echter wel dat de mensen die tot de risicogroep behoren er steeds minder op kunnen vertrouwen dat anderen zich aan de maatregelen houden. Het is een moeilijk tijd voor ons allemaal, dat besef ik best. 
RUUD: Na het overlijden van mijn vrouw in maart 2019 voelde ik me eenzaam en na het uitbreken van de corona-epidemie werd dat nog heftiger. Geen filmclub-bijeenkomsten meer, geen Probusclub- bijeenkomsten meer, geen normale kerkdiensten meer, kortom mijn sociale leven is zoals bij veel anderen enorm beperkt. Gelukkig komt mijn dochter elke maand en kan ik nog wel boodschappen doen. Op 10 september zijn we weer als filmclub bij elkaar geweest. Een verademing! Ik breng dan ook menig uurtje achter de pc door om een kijkje buiten de deur te nemen. Ik hoop dan ook van harte, dat we weer een “normale” maatschappij tegemoet mogen zien. We mogen als Christenen erop vertrouwen, dat Hij het beste met ons voorheeft.

Onder redactie van: Willy de Koning


laatste update.: