PGS

ZWO

printen

GEMEENTELEDEN AAN HET WOORD

31-08-2020

Samen slaan we nieuwe wegen in. Ook na het samengaan van onze kerken is het goed om elkaar beter te leren kennen. In januari begonnen we met deze interviewserie en we gaan nog een poosje door. In dit nummer van Onderweg leggen we een aantal vragen voor aan Wilma Thijs (voormalig PGGBU) en Bert Stuij (voormalig PGSG).

Waar en wanneer groeide je op en in welk soort (kerkelijk) gezin? Hoe is nu je gezinssituatie?
WILMA: Ik groeide op in Brabant in het dorp Someren. We waren thuis met vier kinderen en ik groeide op in een katholiek gezin. Iedere zondagochtend ging mijn moeder naar de mis om 08.00 uur en wij met vader om 11.00 uur , als we dan terugkwamen had onze moeder het eten klaar. In een later stadium gingen we ook weleens op zaterdagavond omdat er dan een orkestje zat. Op mijn twintigste zijn we oecumenisch getrouwd, dus met dominee en kapelaan, dat was in zo’n dorp als Someren een hele bezienswaardigheid. Na mijn trouwen ben ik alleen nog maar in de toenmalige Gereformeerde kerk geweest en toen mijn oudste zoon twee was en mijn dochter geboren is heb ik me uit laten uitschrijven bij de Katholieke kerk en heb belijdenis gedaan. Mijn beide kinderen zijn toen gedoopt en wij zijn toen ingeschreven bij de Nederlands Hervormde Kerk. Heden ben ik reeds 20 jaar alleenstaand ( i.v.m. scheiding), mijn kinderen zijn het huis uit en ik heb twee kleinkinderen.
BERT: Ik ben de oudste in een gezin met vier kinderen; ik heb twee zussen en een broer. Ik werd in 1960 geboren op een boerderij in Ottoland, in het hart van de Alblasserwaard. Toen ik 12 was verhuisden we naar Giessenburg, naar een nieuwe ruilverkavelingsboerderij. Ook tijdens mijn studie woonde ik thuis. Dat betekende dat ik tot mijn 24e intensief meewerkte op de boerderij. Ik deed dat heel graag. We waren actief lid van de Gereformeerde kerk. Ik heb van huis uit een geloof meegekregen van inspiratie, ruimte, activiteiten en vooral veel vrolijkheid. Ik was actief in het jeugdwerk en bij ons op de boerderij zijn tal van feesten gehouden, er kon altijd veel. Ik kom uit een warm en hecht gezin, en mijn zussen en broer zien elkaar nog steeds elke week. Door de afstand geldt dat voor mij wat minder, maar het is altijd goed om bij elkaar te zijn.
Ik ben getrouwd met Nely, en we hebben samen vier kinderen, Simon, Ida, Tamara en Judith. Inmiddels zijn ze 30, 28, 26 en 24, en allemaal gingen ze op hun 18de het huis uit om in Utrecht of Amsterdam te studeren. Thuis zijn Nely en ik nu dus al jaren samen, in deze Coronatijd meer samen dan ooit. Eind juli zijn we met alle kinderen (en partners) gaan kamperen, zoals we dat ‘vroeger’ ook altijd met elkaar deden. Een grote tent, met elkaar spelletjes doen, wandelen, sporten, eten koken op een wiebelig gasstelletje, ’s avonds zingen rond de vuurkorf.

Welke opleiding heb je gevolgd en wat doe je in het dagelijks leven?
WILMA: In Someren heb ik de toenmalige MAVO gedaan, ben toen op mijn 16 de gaan werken op de administratie bij Philips in Eindhoven. Terwijl ik werkte heb ik nog PDB en MBA als opleiding gevolgd.
Na mijn trouwen ben ik overgeplaatst naar Philips Sittard. Na de geboorte van mijn kinderen ben ik 13 jaar thuisgebleven en daarna na mijn scheiding weer gaan werken. Op dit moment werk ik parttime bij Stichting Manna als financieel administratief medewerker.
BERT: Ik heb werktuigbouwkunde gestudeerd in Delft, en ben afgestudeerd in ‘energiesystemen’. Dat is ook altijd mijn werkveld gebleven. Eerst heb ik voor Shell gewerkt, en toen samen met Nely in Schotland gewoond (daar zijn ook Simon en Ida geboren). Vanaf 1992 werk ik aan duurzame energie en energieonderzoek. Ik doe dat voor het Rijk, ik werk bij een organisatie die ‘Rijksdienst voor Ondernemend Nederland’ heet. We geven geld aan duurzame energieprojecten en aan onderzoekers. En we geven advies. Eén dag in de week ben ik verbonden aan de Universiteit van Groningen, waar ik les geef in ‘Energietransitie’. Dat wil zeggen: hoe kunnen we energie gebruiken en opwekken zonder dat dat leidt tot milieuvervuiling en klimaatverandering. Ik vind het een voorrecht dat ik hier aan mag werken, en voor mij past het ook bij de verantwoordelijkheid die God ons voor de schepping gegeven heeft.

Doe je vrijwilligerswerk in de kerk? Waarom wel/niet?
WILMA: Heb altijd wel vrijwilligerswerk bij de kerk gedaan. Als je als vrijwilliger meedraait ben je meer verbonden , zo voelt het voor mij althans. Je leert de mensen kennen en de mensen kennen jou.
BERT: Ik zit nu in de kerkenraad als ‘ouderling vorming, toerusting en communicatie’. Dat is een mond vol, en ik vind het soms ook best veel. Met heel veel anderen proberen we op een goede manier naar binnen en naar buiten te ‘communiceren’ over wat we doen en zijn. Vorming en toerusting heeft meer te maken met het programma dat we aanbieden aan kerkleden, maar ook aan de wereld om ons heen. Een belangrijk onderdeel is het kringenwerk, dat met een eigen werkgroep altijd prachtige dingen organiseert. Waar ik me ook graag voor inzet is het ‘zinvolle’ gebruik van het Gruizenkerkje. Ik vind dat zo mooi – trouwens net als onze andere kleine kerkjes. Heel leuk was het om het afgelopen jaar bijvoorbeeld ‘Zin en Hapjes’ te organiseren op zondagmiddagen. Of ‘zinlopen’, hardlopen met een thema vanuit het kerkje. Want dat doe ik ook graag, rennen. Vooral samen met Nely.

Wat betekenen geloof en kerk voor jou persoonlijk?
WILMA: In de loop der jaren is geloof steeds belangrijker geworden. Misschien komt dat ook wel naarmate je ouder wordt. Ik geloof er vast en zeker in dat ik ooit na dit leven mijn vader en moeder terug ga zien. Dit is een zeer geruststellende gedachte. De kerk is voor mij ook een plek om te zijn, daar voel je de samenhorigheid, vooral het samen zingen vind ik belangrijk, de woorden van de liederen ervaar ik als samen bidden.
BERT: Ik kan mij mijn leven zonder geloof moeilijk voorstellen. Het geloof, het volgen van Jezus, geeft zin en richting aan wat ik doe, of dat nu binnen de kerk is, of in mijn werk of dagelijks leven. Voor mij is de boodschap van Jezus ook dat je nooit uit Gods handen valt, ook niet als je fouten maakt. Voor God schiet je eigenlijk nooit tekort. Dat is zo mooi, en zo’n groot contrast met hoe we soms als mensen met elkaar om gaan. Mijn grootste opgave is om met Gods generositeit naar deze wereld en naar de mensen om mij heen te kijken. In het vertrouwen dat het goed komt. En dat is soms best moeilijk.



We startten onlangs als gemeente Maas- en Beekdal en we vieren deze maand de jaarlijkse startdienst. Hoe zie je de toekomst van onze kerk?
WILMA: Persoonlijk ben ik erg blij dat we nu als gemeente Maas- en Beekdal verder gaan en daar heb ik een positieve kijk op. Echter, op dit moment is het natuurlijk allemaal erg moeilijk met de coronacrisis, daarom is het ook een lastige vraag. Ik kan alleen maar zeggen, dat ik hoop dat we weer snel met z’n allen spontaan naar de kerk kunnen gaan en samen weer kunnen zingen. 
BERT: Ik ben hoopvol, maar vind het soms ook best spannend. We zijn zeker nog een grote gemeente, met ongelooflijk veel talent en ‘gaven’ daarin. Maar ik zie ook dat onze aantrekkingskracht voor jongeren of voor mensen van buiten tekortschiet. We krimpen, terwijl we zoveel te delen en te bieden hebben. Het aantal vrijwilligers loopt terug en soms nemen de krachten van vrijwilligers ook af. Toch is er zo veel moois dat er gebeurt, er zijn nog zo veel ideeën en plannen. Zou het niet kunnen, een nieuwe lente in onze kerk? Een nieuwe start, zoals het thema van de startzondag luidt? Ik hoop het en wil me daarvoor inzetten.

Zou je zelf wel eens een hele nieuwe start willen maken? 
WILMA: Ik ben al verschillende keren min of meer gedwongen om een nieuwe start te maken en dat is best beangstigend op het moment dat dat gebeurt. Het was geen eigen keuze, maar telkens kwam ik er toch goed uit. Ook volgend jaar moet ik weer min of meer een nieuwe start maken, omdat Stichting Manna ermee stopt en ik dus ook weer mijn baan kwijt ben. Dan ben ik 63 en een half, dus of het me nog lukt om een andere baan te vinden, vooral nu met veel werkelozen betwijfel ik. Maar eigenlijk moet het wel nog. Nog drie en een half jaar te gaan voor mijn pensioen. Er komt dus weer een nieuwe start, hoe je het ook bekijkt, ik moet het maar rustig op me af laten komen.
BERT: We waren op vakantie aan de kust, en opeens dachten we: hier zouden we ook wel kunnen wonen. Even de ‘reset knop’ heel diep indrukken en dan opnieuw beginnen. Maar ik besef ook dat we het hier zo goed hebben. Zo veel lieve vrienden, zo’n mooie plek om te wonen, zo veel dingen te doen in en met de nieuwe gemeente!

De coronacrisis blijft maar voortduren. Heeft het veel invloed op je leven? 
WILMA: Erg veel. Ik mis de spontaniteit van de ontmoeting, ben altijd bang dat ik iets bij me heb (wat ik zelf niet weet) maar dat dan overdraag aan anderen. Ik probeer dat van me af te zetten, doe mijn best om me aan alle regels te houden en mezelf te beschermen. Het niet knuffelen met mijn kleinkinderen is lastig. Ik duw ze zo nu en dan even stevig tegen me aan, maar kusjes geven is er niet bij. Maar ook heeft het me doen inzien de zaken in een ander perspectief te zien. Zoals bijvoorbeeld het weer kwijtraken van mijn baan, ik kan er nu rustiger mee omgaan omdat er ergere dingen zijn dan dat. Door het vele alleen wandelen in de Lock-downtijd kun je daar goed over nadenken en kom je ook tot rust( min of meer).
BERT: Heel veel, eigenlijk. Vroeger was ik meer dan 50 uur per week van huis, zat ik regelmatig 20 uur in de trein, ging ik één dag per week helemaal naar Groningen en sliep ik daar ook, en ik ging vaak naar het buitenland. Nu werk ik al een half jaar thuis. Uiteraard levert het ook wel wat rust op, niet zo veel reizen. Maar ik mis de dynamiek, de inspiratie van collega’s en onbekenden. Ik vind het niet makkelijk. Hetzelfde geldt voor de kerk. Het kerkelijk leven staat toch op een heel laag pitje in deze tijd, en de inspiratie uit diensten en activiteiten is nu heel dun. Ook het koor Synoidos, waar ik samen met Nely op zit, zingt al maanden niet meer …

Onder redactie van: Willy de Koning


laatste update.: