PGS

ZWO

printen

OM HET NIET TE VERGETEN (6) Het blad "Ons Kerkje"

06-06-2020

In deze serie over de voorlopers van ons nieuwe gemeenschappelijke kerkblad "Onderweg" komen we nu toe aan het blad "Ons Kerkje" van de toenmalige Hervormde gemeente Grevenbicht. Daartoe ga ik (met toestemming van de schrijver) te rade bij het artikel van Ad Udo in de lezenswaardige bundel "Godt bewaert de sinen in noot, 500 jaar protestantisme in Grevenbicht", die in 2001 onder redaktie van Guus Janssen, Jean Knoors en Joan Röell verscheen ter gelegenheid van het 150-jarige bestaan van het kerkgebouw.

Deze bouw van een eigen degelijke kerk (daarvoor was er slechts een noodkerk) was een belangrijke stap in het ontstaan van de zelfstandige Hervormde gemeente Grevenbicht in 1861, nadat de protestanten van Grevenbicht bijna 300 jaar lang één gemeente hadden gevormd met hun geloofsbroeders en -zusters van Urmond en het nu in België liggende Leut.
Het 150-jarige jubileum van het kerkgebouw viel vrijwel samen met het 25-jarige bestaan van het kerkblad “Ons Kerkje”. Het artikel van Ad Udo staat dan ook in het teken van dit zilveren jubileum. Het artikel begint met een citaat dat ook zonder meer van toepassing is op ons nieuwe blad “Onderweg”:‘Een kerkblad is de specie die de losse stenen van een gemeente samenvoegt en de vaste stenen op hun plaats houdt’.

Het blad “Ons Kerkje” is opgezet in 1975, in de serre van de pastorie van ds. W. van der Ende naast de kerk te Grevenbicht. Enkele kerkenraadsleden van de Hervormde gemeente Grevenbicht namen het voortouw; Victor de Heer en Jo Willems zorgden voor de uitvoering. De procedure leek als twee druppels water op wat er in Stein gebeurde voor het blad “Gemeentenieuws” (zie “Onderweg” van januari 2020). Omdat veel lezers slechts een flauw idee van de toenmalige omstandigheden zullen hebben, volg ik de beschrijving van Ad Udo in zijn artikel.

De teksten werden getypt op een stencil, waarbij de schrijfmachine de letters door het stencil heen sloeg. Er ontstonden dus in het stencil gaatjes in de vorm van de letters. In de stencilmachine drong inkt door die gaatjes op het papier, zodat de tekst werd afgedrukt. Ad’s beschrijving herinnert mij aan de zeer herkenbare moeilijkheden waar de stenciller voor werd gesteld en die ons nu moedeloos zouden maken. Stencils die afscheurden op de gaatjes en dan opnieuw getypt moesten worden. Het zenuwslopende niet-te-langzaam niet-te-snel afdraaien, met de hand, want een elektrisch aangedreven stencilmachine kon de armlastige kerkgemeente zich niet veroorloven. Tekeningen die moeizaam op een calque moesten worden ingekrast. Tekst die soms nauwelijks leesbaar was door te weinig inkt of juist bijna zwart. Maar het werkte wel. Na het stencillen werden de afzonderlijke bladen van formaat A4 dubbelgevouwen tot A5, vergaard tot een compleet kerkblad en geniet. Als het kerkblad klaar was, bracht Victor de Heer het zelf bij de gemeenteleden rond.

Jarenlang verzorgden Victor en Jo het kerkblad. Daarna nam Mary Baars de leiding over en werd het blad voortaan bij haar thuis geproduceerd. De door Victor de Heer tweedehands aangeschafte stencilmachine was echter aan het eind van haar Latijn. In plaats van velletje voor velletje door de machine te sturen, gingen er soms wel tien vellen tegelijk door en lag Mary’s keuken bezaaid met papier. Gelukkig kreeg de protestantse Ds. Deelemanschool in Grevenbicht een elektrische stencilmachine en werd het kerkblad in het vervolg op de school gestencild door Ad Udo. Ad is trouwens tot op de huidige dag bij het kerkblad (nu “Onderweg”) betrokken. Er werd ook een (tweedehands) inbrandapparaat gekocht dat tekst, tekeningen, plaatjes e.d. overbracht op het stencil. Er hoefde dus niet meer op het stencil getypt of op de calque gekrast te worden, hetgeen het einde betekende van veel ellende. Voor de bezorging werden vrijwilligers gevonden.

Op diezelfde stencilmachine zal in 1986 de brochure van Herman Baars over de toen 55-jarige Ds. Deelemanbasisschool zijn vervaardigd. School en kerk waren nauw verbonden. De school kreeg in dat jaar nieuwbouw. In 1986 verscheen ook als een soort bijzondere uitgave van het kerkblad de brochure van T.L. Korporaal van het Provinciaal Bureau van de Nederlandse Hervormde Kerk te Eindhoven onder de titel “Impressies uit de geschiedenis van de Hervormde gemeente te Grevenbicht”. Doel van die brochure was de inzameling van geld voor de restauratie van de pastorie.
In 1987 vierde de Hervormde gemeente Grevenbicht haar 125-jarig bestaan als zelfstandige gemeente. Er was een hele week feest en naast “Ons Kerkje” verscheen toen een bijzondere Jubileumgids. Hierin besteedde Herman Baars mede aandacht aan de periode 1520/1524 (Grevenbicht als wijkplaats voor Protestanten, onder bescherming van pandheer graaf Willem van Vlodrop) tot 1862 (einde van de eeuwenlange samenwerking met de gemeente van Urmond). Hij herinnerde aan de preek van ds. Deeleman bij het 50-jarig bestaan van het kerkje in 1901 over de oproep in het Bijbelboek Leviticus om de jubeljaren in de gemeente te vieren om mensen de gelegenheid te geven zichzelf te zijn. Zeker toepasselijk in tijden van somberheid rond de COVID-pandemie.


Maar terug naar de techniek. Toen de machine op school versleten was, schaften kerk en school samen een nieuw apparaat aan. Begin jaren ’90 stapte de school over op de moderne kopieermachine en nam de kerk het oude apparaat over. Op de zolder van de kerk te Grevenbicht werd een redactielokaal ingericht en het blad werd daar gestencild. Midden jaren ’90 veranderde de lay-out van A5 (dubbelgevouwen A4) in gewoon A4, waardoor het tijdrovende vouwen niet meer nodig was.

Eind jaren ’90 was ook dit apparaat versleten en van toen aan werd het blad tegen een kleine vergoeding gekopieerd in de Ontmoetingskerk te Geleen door de drukploeg van de toen nog federatieve Protestantse gemeente Geleen-Beek-Urmond. De oude typemachine was ondertussen vervangen door een elektrische en later door een typemachine met een geheugen waardoor aan te passen bladzijden niet meer opnieuw getypt behoefden te worden. Tenslotte verdreef eind jaren ’80 de computer de typemachine. Hierdoor konden tekeningen en foto’s gemakkelijker en mooier tussen de tekst geplaats worden. Ook het tijdrovende overtypen van aangeleverde teksten behoorde met de uitvinding van diskettes en later e-mail en internet grotendeels tot het verleden.

Het spreekt vanzelf dat de inhoud van het blad zich in de loop van de tientallen jaren van zijn bestaan heeft ontwikkeld. In het begin bestond die inhoud vooral uit mededelingen, aankondigingen en verslagen die betrekking hadden op de kerkelijke gemeente Grevenbicht. Een voor- en nawoord werd veelal verzorgd door Victor de Heer. Toen ds. C.J. Menken-Bekius begin 1978 naar Grevenbicht kwam, verzorgde zij het voorwoord en leverde zij artikelen aan die over de gemeentegrenzen heengingen. Volgende predikanten zijn steeds doorgegaan met het schrijven van een voorwoord en de redactie is blijven zorgen voor het overnemen van stukjes uit andere bladen en nieuws uit de landelijke kerk. Toch bleef het plaatselijke nieuws de hoofdmoot. In de Informatiegids van de Hervormde gemeente Grevenbicht voor 1984 wordt als doel van “Ons Kerkje” aangegeven: het verzorgen van een contactorgaan binnen de Protestantse Kerkgemeenschap Grevenbicht en omgeving en het doorgeven van informatie die van belang is voor de gemeenteleden. Deze informatie wordt geleverd door de predikant, de werkgroepen, de school en eventueel door anderen, die mededelingen hebben voor de gemeenteleden. De redactie bestond toen uit mevr. M. Bakker, dhr. A. Udo, dhr. R. Venderbosch en mevr. G. Venderbosch (namens de kerkenraad).
In het jaar 2000, toen het boek “Godt bewaert de sinen in noot” verscheen, bestond de redactie uit Mieke Bakker, Gertie Steenland-Vencken en Ad Udo.

Het blad “Ons Kerkje” heeft bestaan tot aan het samengaan van de Protestantse gemeenten Grevenbicht en Sittard in 2011. Het werd toen opgenomen in het blad “Gaandeweg” van de gefuseerde gemeente.


Wim Hoogstraten, Urmond 28 mei 2020


laatste update.: