PGS

ZWO

printen

RAAK MIJ AAN, GEDACHTEN BIJ ZONDAG 19 APRIL

02-05-2020

Lieve mensen, we gaan alweer week zes in van onze (voorlopig) nieuwe werkelijkheid. De berichten over corona, en dan ook álle invalshoeken daarvan, blijven het nieuws vullen. En ongetwijfeld ook ons gemoed.

Nu de situatie in de ziekenhuizen beheersbaar lijkt, althans, de scenario’s voor code zwart kunnen gelukkig in de kast blijven liggen.. Nu komen de verhalen meer los rondom de verzorgingshuizen en verpleeghuizen. Al wekenlang op slot. Zoveel afstand. Uit zorg, dat wel. Maar wat wordt er veel gemist. Aan contact en nabijheid. Een babbelroet in zorgcentrum Hoogstaete, een zwaaivenster, het vergoedt een beetje. We worden creatief met elkaar. Maar wat zullen veel mensen, daar, maar ook op andere plekken, die ‘huidhonger’ hebben.

Het begrip huidhonger ken ik nog niet eens zo lang. Waarschijnlijk bestaat het ook nog geen tien jaar. Het is een van die woorden die meekomt met een veranderende samenleving. Zoals bijvoorbeeld het woordje ‘ontvrienden’: Het dumpen van virtuele vrienden, door ze van je lijstje te schrappen. Het begon op facebook. Maar inmiddels zullen we in het echte leven ook wel eens bewust of onbewust ontvrienden. Zoiets als Judas deed, toen hij Jezus een kus gaf, in de hof van Getsemané. Maar toen bestond dat woordje dus nog niet..

Het woord huid-honger zélf zegt het al: Het is het verlangen, een ‘honger’ van de huid naar aanraking, naar liefdevolle aanraking. Naar genegen aanraking. Huidhonger heeft met aandacht en met compassie te maken, met zorg en nabijheid, met troost.
En, met tijd nemen, tijd hebben voor..

Geen woord van alleen de slaapkamer dus, maar een woord waarmee duidelijk gemaakt wordt dat sociale interactie ook met nabijheid te maken heeft. Bij afstand houden kan er dan een gemis ontstaan, of een tekort.

Voor een pasgeboren baby is het bijvoorbeeld heel belangrijk om liefde te vóelen, door vastgehouden te worden en door gestreeld te worden. Als je net uit de bescherming en omhelzing van de baarmoeder komt en je dan met je hele huidoppervlak niks meer voelt.. dan doet dat wat met je. Maar in meerdere fases van een mensenleven kan dit verlangen naar voelbare nabijheid en aandacht levend worden.
Even een aai, een arm om je heen, je handen die vastgehouden worden. Het zijn de momenten dat je aan je lijf voelt dat je ertoe dóet.

Binnen de ouderenzorg komt het begrip ‘huidhonger’ zo af en toe ook naar boven. En waar de zorg nu op veel plekken noodgedwongen functioneel is, vooral ook in coronatijd. En waar de afstand tussen mensen nu overal noodgedwongen groter is, zal het verlangen naar aanraking misschien meer gaan spreken. Althans, voor wie goede ervaringen heeft, met aanraking. Want aanraking kan ook heel kwetsend of kleinerend, of bedreigend zijn.
Vorige week vierden we Pasen. In deze tijd misschien nog wel meer intens dan anders.
In het Paasverhaal, zoals Johannes dat vertelt. Komen we Maria tegen bij het lege graf. Dat híj er niet meer is, verwart haar. En ze huilt.

Door haar tranen heen wordt ze dan aangesproken, eerst door engelen in het graf. En als ze zich omdraait -prachtig dat draaien, dat is iets dat ze zélf doet, dan blijkt de tuinman Jezus te zijn. Rabbi antwoordt Maria, als Jezus haar aanspreekt. Maar van aanráken kómt het niet. Sterker nog: Jezus zegt ‘raak me níet aan’. En dat is nogal wat, als je dode geliefde er toch weer blijkt te zijn.

Een paar verzen verder, in hetzelfde evangelie, heeft de leerling Thomas ook een ontmoeting met Jezus. En dan is Jezus juist heel uitnodigend: Leg je hand in mijn zij..
Dat is nogal een tegenstelling. Hier geen afhoudend woord. Wat is hier dan ánders?

Thomas, zo staat er beschreven, kan er niet bij, dat Jezus de Opgestane is. En hij vraagt naar de tekenen van het lijden. Naar de wonden van de spijkers. Misschien vraagt hij zich af: hééft Jezus wel geleden, als hij er nu gewoon weer ís? Hij wil het zien, hij wil het voelen. Hij wil bevestiging dat de Opgestane ook de Naaste is, in het lijden, misschien ook wel in het lijden van Thomas zélf.


De vraag van Thomas vind ik zelf ook een heel belangrijke. Kern eigenlijk van wat voor mij Pasen is en de weg naar Pasen toe: Jezus is niet óm het lijden heen gegaan, maar dóór het lijden. Wat voor mij maakt dat hij in het menselijke lijden een metgezel kan zijn. Gekwetst is hij, letterlijk. Geknakt is hij.

Het aangedaan zijn, ook het aangedaan zijn van God, is misschien in deze tijd ook wel heel wezenlijk voor ons. Voor mij in ieder geval. Wat moeten we hier en nu, wat zouden we ‘ooit’ moeten met een God op veilige afstand? Met een God van het geslaagde, rimpelloze verhaal? Met een God zonder krassen of deuken, zonder kwetsuren?

Raak me maar aan, zegt Jezus tegen Thomas. Leg je vinger op mijn wonden. Zie het en vóel het.. Of hij dat ook doet, staat er niet eens. Het is genoeg voor Thomas : U bent mijn Heer en mijn God. In Thomas’ dagelijkse leven kunnen hemel en aarde elkaar nu voorgoed raken. Hemel en aarde zijn op elkaar betrokken, omdat God niet op een afstand is, maar erbij.

Toch, hoe zit dat dan met ‘raak me níet aan’? Hou me niet vast!?

Misschien gaat het hier wel om iets heel anders. Dat Maria hier leert dat haar leven niet op de oude voet verder kan gaan. Met Jezus, zoals hij er altijd was. Maar dat er een hele nieuwe situatie ontstaan is. Een situatie waar ze opnieuw een weg in moet vinden. Raak me niet aan is dan: hecht je niet aan zoals het was.. Blijf niet staren, op wat vroeger was.
Zo zie ik deze tijd ook wel, als een periode van ‘onthechten’. Loskomen van dingen zoals ze geworden zijn en gegroeid zijn. Afstand die erin geslopen was. Ook zonder corona. Afstandelijkheid door de manier waarop we ons leven, of de wereld vormgeven. De manier waarop we onze economie vormgeven, met mensen ‘erin’ en ‘eruit’. De afstand die er ontstaan is tot de schepping.. met alle gevolgen van dien. Emotionele afstand soms tot de schrijnende beelden van vluchtelingen.

Er begint in mij steeds meer te dagen: ons leven kan gewoon niet op de oude voet verder gaan. Maar, wat mag, wat moet er dan veranderen? En hoe dan?

We hoeven het allemaal nog niet te weten. Maar dit weet ik wel: 

Verandering is niet iets wat je alléén maar overkomt. Je bent er ook zélf bij..

Raak me aan! Letterlijke aanraking doet veel met mensen, heel veel.
Maar ook op andere manieren mogen we, kunnen we geraakt worden, aangeraakt

God, raak mij aan, ook met uw adem..

Irene M. Pluim


laatste update.: