PGS

ZWO

printen

DIAKENEN AAN HET WOORD

27-03-2020

Samen slaan we nieuwe wegen in. In aanloop naar het samengaan van de PGSG en de PGGBU is het goed om elkaar nog beter te leren kennen. In Dit Paasnummer van Onderweg leggen we een aantal vragen voor aan de beide kartrekkers van de diaconie, voorzitter Joke van der Steen en penningmeester Wim Hendriks.

Waar groeide je op en in welk soort (kerkelijk) gezin?
JOKE: Ik groeide op in Driebergen in een gereformeerd gezin, als oudste van 6 kinderen. We hadden een hecht familieleven: altijd op zondag bij opa en oma koffiedrinken, samen met de hele familie. De kerk  speelde een grote rol;  mijn ouders waren niet persé “streng in de leer”, we groeiden op met een liefdevolle God. Er werd veel gezongen, we hadden een harmonium. Maar er waren wel duidelijke regels voor wat wel en niet hoorde:  zondags 2 x naar de kerk. Geen ijsje of naar het zwembad op zondag.  Bioscoop en kermis waren echt niet aan de orde. En mijn opa beheerde de Gereformeerde bibliotheek, waar geselecteerde boeken werden uitgeleend. Jan Wolkers bijv. vond je daar niet, ik heb later heel wat moeten inhalen met lezen.
WIM: Ik ben een geboren en getogen Limburger en opgegroeid in een katholiek gezin met 6 kinderen. In mijn kindertijd gingen we als gezin zondags naar de kerk. Ik heb prettige herinneringen aan die tijd.
In mijn pubertijd vond ik de kerk afstandelijk en niet meer boeiend en ben ik niet meer naar de kerk gegaan. Ik ben in Delft gaan studeren en leerde daar Ankie kennen. Zij ging regelmatig naar de studentenparochie (Oecumenisch) in Delft. En dat was een omgeving waar ik mij veel meer thuis voelde dan in de katholieke missen van vroeger.
 
Wat is jouw drijfveer om je in te zetten voor de kerk?
JOKE: Wij kregen het mee van mijn vader: de kerk kan alleen maar goed functioneren als we daar zelf wat aan bijdragen, zowel financieel maar ook in tijd. Lid zijn van de kerk is volgens mij niet zomaar wat: we hebben een prachtige boodschap, waar we dan ook  wat mee moeten doen. En ik heb het altijd leuk gevonden om mee te doen: vroeger als leidster bij jeugdclubs en evangelisatiekampweken, huiscatechese, zingen in kerkkoor of cantorij. Juist door samen dingen te doen is een kerkgemeenschap levendig: je ontmoet elkaar, je leert van elkaar, je leeft met elkaar mee, je zet je schouders eronder. Ik heb veel situaties meegemaakt waarbij we als kerkgemeenschap mooie dingen bereikt hebben.
WIM: Mijn belangrijkste drijfveer is dat er een plek is waar gelijkgestemde mensen elkaar kunnen ontmoeten en waar mensen het geloof kunnen beleven en delen. En dat er een plek is voor mensen om steun te vinden bij elkaar.
 
Heeft de diaconie je speciale aandacht of had je net zo goed een ander ambt kunnen vervullen?
JOKE: Voordat ik voor de eerste keer diaken werd deed ik al jaren mee in de werkgroep ZWO, daar voelde ik me altijd  erg thuis: maatschappelijke ontwikkelingen en sociale misstanden wereldwijd in de kerk onder de aandacht brengen. ZWO en Diaconie liggen in feite in elkaars verlengde en vullen elkaar aan. Diaconie zie ik als een heel belangrijk onderdeel van kerkzijn, ik denk dat dit ambt mij het beste ligt.
WIM: Diaconie en ZWO hebben voor mij de voorkeur omdat ik wat praktischer ben ingesteld. Al jarenlang houd ik mij op verschillende manieren bezig met mensen die het minder goed hebben in deze wereld. Momenteel ben ik penningmeester en dat vind ik een leuke klus. Daarnaast bied ik praktische ondersteuning bij ouderenactiviteiten. Een mooi gebaar vind ik de Paasgroetenkaarten, waarbij kaarten met een bemoedigende tekst gestuurd wordt naar gedetineerden in Nederland. Andere jaren betrokken we gemeenteleden hierbij, dit jaar zullen we dit doen met enkele leden van Diaconie en ZWO.
 
Wat betekent het Paasverhaal voor jou?
JOKE: Pasen is het hart van ons geloof: de dood is niet het einde,  we kunnen altijd verder. Gods liefde die alles, ook de dood, overwint. Dat vind ik zo’n troostrijke gedachte bij alles wat er in de wereld gebeurt. 
Daarmee heeft het christelijk geloof zoveel te bieden.
WIM: Pasen is voor mij het lijden, de kruisiging en de verrijzenis van Christus. Een periode van bezinning. Pasen is voor mij ook lente, een nieuw begin.
 
 


Is jouw kijk op en beleving van het Paasevangelie veranderd gedurende je leven?
JOKE: De beleving van Pasen heeft zich in mijn leven langzaam aan ontwikkeld; toen wij in de jaren 80 in Zevenaar woonde en ik daar voor het eerst een druk bezochte oecumenische Paaswake in de Paasnacht meevierde, maakte dat grote indruk op mij; de blijdschap die zichtbaar en voelbaar was toen het licht van de Paaskaars door de kerk verspreid werd. En na de dienst, midden in de nacht, was er een Paasvuur vóór de kerk. Graag maak ik nu de cyclus van vieringen in de Goede Week mee: Witte Donderdag, Goede Vrijdag en de Paaswake, en dan de Paasmorgen: het besef dat Jezus in zijn lijden en sterven zo dicht bij al het lijden van mensen is gekomen, en daarna het feest van de opstanding:  het nieuwe Licht. Het raakt me altijd enorm. In Taizé, waar ik  elk jaar een week verblijf met een grotere of kleinere groep, wordt altijd op vrijdag de Goede Vrijdag herdacht en op zaterdag Pasen gevierd, elke week! Ook daar is het  verspreiden van het Paaslicht door die kerk vol, veelal jonge, mensen een intense belevenis.  
WIM: Ja, als kind betekende Kerst meer voor mij dan Pasen. In mijn volwassen leven is dat veranderd.
 
Ga je naar Roermond om The Passion mee te maken, of heb je er helemaal niets mee?
JOKE: Daar had ik zeker graag bij willen zijn, maar inmiddels is het niet meer aan de orde, vanwege het Corona-virus.
WIM: Nee, ik vind de uitvoering mooi, echter ik zal niet gauw naar een dergelijke uitvoering gaan. Graag  zou ik eens naar een uitvoering van de Matthäus Passion gaan, maar het is er tot nu toe niet van gekomen.
 
De diaconieën van beide kerken werken al heel lang samen. Verandert er straks nog veel voor jullie en hoe zie je de gezamenlijke toekomst?
JOKE: De grootste en duidelijkste verandering zit bij de samenvoeging in de financiën, die dan uiteraard ook bij elkaar gevoegd worden. Eigenlijk wordt het samenwerken daardoor gemakkelijker, we kunnen dan gezamenlijk beslissingen nemen over het besteden van diaconaal geld. Maar andere dingen lopen al zo goed in de samenwerking, dat zal niet veel meer veranderen. We hebben een heel fijn team samen, daar ben ik heel blij mee want er is altijd genoeg te doen in de diaconie, er moeten regelmatig beslissingen genomen worden bij allerlei hulpvragen. Dan is het goed als je vertrouwen in elkaar hebt.
WIM: Ik denk dat er niet zo veel gaat veranderen. We werken al enkele jaren samen en voeren de activiteiten van beide diaconieën uit. Wellicht dat er nog een herverdeling van rollen en taken plaatsvindt.
 
Zijn er onderwerpen die diaconale aandacht verdienen en waar de je lezers van Onderweg op wilt attenderen?
JOKE: Ja, eigenlijk is het zo: diaconie is van de hele gemeente. Diakenen nemen de verantwoordelijkheid om zo goed mogelijk het diaconale werk uit te voeren en diaconale gelden in te zetten, maar we mogen een beroep doen op elk gemeentelid. Bij de inzamelingsacties voor de Engele van Zitterd-Gelaen die we een paar keer per jaar houden is dat heel zichtbaar: iedereen kan daaraan meedoen.
Maar niet alle nood is zichtbaar: soms hebben mensen nood, financieel of op een andere manier, waar we geen weet van hebben. Dan kunnen we ook niet helpen. Het is dus belangrijk dat hulpvragen ook daadwerkelijk bij de diaconie terecht komen. Dus: als u weet van een situatie waar onze hulp nodig is, meldt u dat dan bij de diaconie.
WIM: In deze tijd, waarin we in de greep van het Coronavirus zitten en waarvan we nog niet weten hoe lang dat gaat duren, is het belangrijk om aandacht te schenken aan de mensen die alleen thuis zitten of die niet meer de deur uit willen of durven. Soms kan een telefoontje al helpen.
 
Onder redactie van: Willy de Koning

laatste update.: