PGS

ZWO

printen

VOORZITTERS COLLEGES VAN KERKRENTMEESTERS AAN HET WOORD

29-02-2020

Samen slaan we nieuwe wegen in. In aanloop naar het samengaan van de PGSG en de PGGBU is het goed om elkaar nog beter te leren kennen. In deze Onderweg leggen we een aantal vragen voor aan de beide voorzitters van de Colleges van Kerkrentmeesters, Bert Kip en Eddy Roerdink.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: ‘College van Kerkrentmeesters’, is dat geen onhandige, ongeëmancipeerde naam?
EDDY: De PKN schrijft deze naam voor en Ik kan hier wel mee leven. Binnen GBU heetten we “Raad van Beheer” maar ik vind “college” sjieker klinken. Overigens, er zitten ook vrouwen in het college en die noemen we gewoon Kerkrentmeester (en niet -meesteres)
BERT: Tsja, daar heb ik eigenlijk nog nooit bij stilgestaan. Rentmeesters kunnen zowel mannelijk als vrouwelijk zijn. En gelukkig is dat bij ons ook zo. We hebben twee vrouwelijke Kerkrentmeesters – Ingrid Boonstra en Marijke Pelman - in ons midden en daar zijn we blij mee.
 
Waar groeide je op en in welk soort (kerkelijk) gezin?
EDDY: Ik ben geboren en getogen in de stad Groningen. Ik heb scheikunde gestudeerd en na mijn promotie ben ik in 1980 in dienst getreden bij DSM als researchmedewerker. Ik kom uit een traditioneel gereformeerd gezin. ’s Zondags naar de kerk en Bijbellezen na het eten. Toch waren mijn ouders niet bekrompen en heb ik een fijne jeugd gehad. We mochten ’s zondags fietsen en zwemmen – als we maar naar de kerk waren geweest.

BERT: Ik groeide op in Dinxperlo in de Achterhoek in een Nederlands Hervormd gezin, samen met mijn jongere broer. Elke zondag naar de kerk, in eerste instantie de zondagschool. Later catechese (zelfs een jaar van mijn vader catechese gehad). En natuurlijk naar de protestantse Ds. Van Dijkschool. Aan tafel werd altijd een stukje uit de bijbel gelezen. Later naar de middelbare school in het sterk gereformeerde Aalten. Tijdens mijn studie in Enschede lid geworden van Campus voor Christus, een onderdeel van het latere Agape. Die verschillende perioden hebben een stevige geloofsbasis gelegd in mijn leven.
 
Hebben financiën altijd je belangstelling gehad?
EDDY: Het werk van de kerkrentmeesters is veel meer omvattend dan alleen financiën. Het behelst het gehele beheer: organisatie, aansturing vrijwilligers, behoud ANBI status, voldoen aan de privacy wetgeving, werkgeverschap voor de koster(s), onderhoud gebouwen, veiligheid etc.. Het gaat erom dat je als lid van het CvK uitvoering geeft aan het beleid dat de KR uitstippelt. En dat moet je doen binnen de regels van de kerkorde. Zo hebben we bijvoorbeeld als GBU bij de verkoop van pastorie en kerk in Beek de gemeente om haar mening gevraagd, hebben we uitgebreid contact gehad met de classicale beheerscommissie en met de burgerlijke gemeente Beek en hebben we contractueel vastgelegd onder welke voorwaarden het kerkje verkocht kon worden. Ik heb geen financiële achtergrond en evenmin een specifieke belangstelling voor financiën. Als afdelingsmanager bij DSM had ik wel de verantwoording voor de budgetten en de bij DSM opgebouwde ervaring kan ik als kerkrentmeester goed gebruiken. Ik ben in 2010 bevestigd tot ouderling kerkrentmeester met als specifieke taak : penningmeester. Na het overlijden in 2017 van de toenmalige voorzitter van de RvB van GBU, dhr Streefkerk, heb ik het voorzitterschap er tijdelijk bij genomen. In de nieuwe situatie na het samengaan van de beide gemeentes gaan we de rollen weer opnieuw verdelen.
BERT: Ja, ik heb altijd interesse gehad in de zakelijke kant van ontwikkelingen. Voor het eindexamen Economie had ik een 10 en tijdens mijn chemische technologiestudie in Enschede koos ik alle vrije vakken in het economisch domein. In bestuursfuncties zoek ik meestal de zakelijke kant. Ik ben eerder penningmeester van het College van Kerkrentmeesters geweest, ben penningmeester van de Stichting Kerk Gruizenstraat en zit in de audit commissie van De Domijnen. Ook op mijn werk bij de Brightlands Chemelot Campus komen er de nodige financiële uitdagingen op mijn pad. Overigens, thuis ga ik niet over het geld – dat doet Anne.
 
Wat betekenen geloof en kerk voor jou?
EDDY: Ik ben een pragmaticus en geloof betekent voor mij het voorbeeld van Christus te volgen. De kerk is een inspiratiebron voor me. De kerk biedt ook een sociaal vangnet. In moeilijke tijden word je gesteund door belangstelling en medeleven van geloofsgenoten.
BERT: Geloof betekent voor mij het fundament in mijn leven, een basis waar ik energie uit put. Een ankerpunt van waaruit ik probeer te leven. De uitdagingen aan te gaan en verantwoordelijkheid op te pakken. Het moet en kan socialer en duurzamer. Daar probeer ik, gedreven vanuit mijn geloof, een steentje aan bij te dragen. En dat kun je niet alleen, dat doe ik samen met God en met anderen. In de gemeente van Christus, in de kerk, voel ik me thuis. Vind ik een voedingsbodem, energie, de ander, God.


Wat is het belang van geld en bezittingen voor een kerk?
EDDY: Geld en bezittingen zijn nodig om onze kerkelijke activiteiten zoals kerkdiensten en ontmoetingen te kunnen blijven houden. Daarbij blijkt het voor velen van belang dit in een vertrouwde omgeving te doen: het eigen kerkgebouw. Dreigende sluiting roept veel emoties op. Als Kerkenraad moeten we ons hiervan bewust zijn en stapsgewijs en transparant opereren. Daarnaast is het uiteraard van belang dat we als gemeente de Diakonie in staat stellen om hulp te bieden aan individuen en groepen die het hard nodig hebben.
BERT: In een kerkelijke gemeente gaat het niet in eerste aanleg om geld. Het gaat erom dat we met elkaar gemeente van Christus mogen zijn hier in deze regio. En dat doen we al eeuwen. Ook in huidige tijd waarin er zoveel verandert – ook in de kerk. Maar om gemeente te kunnen zijn maken we ook kosten: predikanten, kerkgebouwen, kosters, kerkblad en ga zo maar door. We moeten ervoor zorgen dat het gemeente zijn mogelijk blijft – vandaag en morgen.
 
Waarom geven mensen geld aan de kerk?
EDDY: Ik kan deze vraag voor mezelf beantwoorden en veronderstellen dat anderen dezelfde motivatie hebben: ik vind het belangrijk dat de geloofgemeenschap blijft bestaan en haar activiteiten kan ontplooien en daar heb ik wat voor over. Niet alleen in geld maar ook in vele uren als vrijwilliger.
Onze belangrijkste bron van inkomsten vormen de vaste vrijwillige bijdragen en ik ben er trots op dat onze gemeentes financieel gezond zijn. Daarnaast zitten wij als kerkrentmeesters op het vinkentouw om subsidies binnen te halen en verhuuractivitetien te behouden en eventueel aan te trekken.
BERT: Ieder zal daar zo zijn overwegingen bij hebben, het zal vooral gedreven zijn vanuit een verantwoordelijkheidsgevoel voor de kerkelijke gemeente waar je bij hoort. Laat ik die vraag voor mezelf beantwoorden: ik vind het belangrijk om samen met anderen gemeente van Christus te zijn. Ik wil daar graag bij horen en mee verantwoordelijkheid voor nemen. Door mee te doen, door bestuurlijke verantwoordelijkheid op me te nemen en door financieel bij te dragen om de kosten te kunnen dekken.
 
Kerk en staat zijn gescheiden, veel Nederlanders geloven niet (meer). Toch staat op een 2 euromunt nog steeds ‘God zij met ons’. Wat vind jij daarvan?
EDDY: Bij hoeveel mensen zou dit bekend zijn ? Als penningmeester controleer ik deze bewering en het blijkt dat dit alleen geldt voor het Nederlandse 2 € muntstuk. Dus worden we er op beperkte schaal mee geconfronteerd terwijl dit in het gulden-tijdperk veel algemener was. Ik vind dit wel mooi evenals het uitspreken van de ambtseed  “Zo helpe mij God almachtig”  hoewel je je kunt afvragen in hoeverre deze uitspraken ook daadwerkelijk beleefd worden.
BERT: Het is een stille getuige van het feit dat onze samenleving gebouwd is op christelijke principes. Ook al geloven veel Nederlanders niet meer, de normen en waarden die we met elkaar in deze samenleving beleven zijn voortgekomen uit het christelijk geloof. Ik hoop en wil me ervoor inzetten dan dit nog lang zo zal zijn.
 
Hoe zie je de financiële toekomst voor beide kerken na het samengaan?
EDDY: In de beleidsnota hebben we daarover het volgende gezegd: De samengevoegde gemeente beschikt over voldoende weerstandsvermogen om ook in ongunstige tijden haar activiteiten voort te kunnen zetten. Ik was zelf (tezamen met Bert Bosman) nauw betrokken bij het opstellen van het financiële meerjaren plan en kan hier dus volledig achter staan.
BERT: Financieel ziet het er voor de komende jaren best goed uit. Er is een meelevende groep mensen in onze gecombineerde gemeente die niet alleen de handen uit de mouwen steekt en meedoet in allerlei activiteiten maar die ook mee verantwoordelijkheid draagt dat de noodzakelijke kosten gedragen kunnen worden. Daarnaast hebben we nog een redelijke financiële buffer om eventuele financiële tegenvallers op te kunnen vangen.

Onder redactie van Willy de Koning

laatste update.: