PGMBD

ZWO

printen

Column: EEN VAN DE ZEVEN MILJARD

05-07-2019

In het ziekenhuis is het meestal druk. Tijdens kantooruren komen mensen er op spreekuur of op controle. Dan zijn de hal en de gangen vol en is er veel bedrijvigheid. Ook buiten kantooruren is er veel te doen. Er werken veel mensen op ieder uur van de dag om nieuwe patiënten op te vangen en zieken te verzorgen. En te midden van die drukte heeft iedereen een eigen taak en rol of een eigen aandoening of ziekte.

Je zou allerlei gedachten kunnen wijden aan de mensen die je in een ziekenhuis om je heen ziet. En als je in een ziekenhuisbed ligt, krijg je al gauw te maken met veel verschillende hulpverleners die je kamer inlopen en hun eigen dingen komen doen. Je kunt blij zijn met wie hun best doen of je ergeren aan wie onverschillig zijn. Zo kunnen ook hulpverleners blij zijn met vriendelijke patiënten of zich ergeren aan wie ontevreden zijn. Waar mensen met elkaar te maken krijgen, zullen ze ook vaak oordelen over elkaar hebben. 

Zo gaat het niet alleen in het ziekenhuis, maar overal waar mensen samen zijn. En uit al die oordelen komt ook veel onvrede, vijandigheid en ruzie. Voor je het weet vinden mensen dat ze weten wat de ander denkt, bedoelt en hoe goed of verkeerd dat is. Meestal klopt er van al die oordelen niet veel, maar als we ze eenmaal in onze gedachten geveld hebben, komen we er moeilijk vanaf. Hoe moeilijk is het nog positief te denken over die al te gehaaste verpleegkundige of die botte dokter? Hoe lastig is het open te blijven staan voor een patiënt die veel aandacht vraagt of maar blijft klagen?


Er is wel iets wat helpt bij de onvrede en vijandigheid die we soms zo hard voelen als we over mensen oordelen. Je zou kunnen bedenken dat de wereld bestaat uit een verzameling van intussen meer dan zeven miljard mensen die allemaal iets van het leven proberen te maken op hun manier. En al die miljarden mensen moeten dat doen met hun eigen omstandigheden, hun eigen karakter, hun eigen gebrekkige lichaam en met de mogelijkheden van hun eigen brein. En ze kunnen stuk voor stuk niet anders dan zich verhouden tot al die dingen waar ze zelf niet voor gekozen hebben. 

Probeer maar eens uit. Als we weer eens merken dat we oordelen omdat iemand ons in de weg zit, tekort doet, lastig valt of tegenvalt, dan zouden we kunnen bedenken dat ook deze mens één van de zeven miljard is die iets van het leven probeert te maken. Dat maakt de zaak er misschien niet gemakkelijk op, maar geeft wel een ander perspectief: “Ja, ook die is er één van de zeven miljard.”

Ralf Smeets, geestelijk verzorger Zuyderland


laatste update.: