printen

GEMEENTELEDEN AAN HET WOORD


02-01-2021

Samen slaan we nieuwe wegen in. Het is al weer een half jaar geleden dat onze kerken officieel samen verder gingen, maar het is natuurlijk nog steeds belangrijk dat we elkaar beter te leren kennen. Deze rubriek "Gemeenteleden aan het woord" zetten we daarom voort. In dit nummer van Onderweg leggen we een aantal vragen voor aan Ed Rensen (voormalig PGGBU) en Wil Wessels (voormalig PGSG).

Waar en wanneer groeide je op en in welk soort (kerkelijk) gezin? Hoe is nu je gezinssituatie?
WIL: Ik ben geboren in Geleen in 1940, net voor het uitbreken van de 2e Wereldoorlog. We waren thuis met 5 kinderen, 3 jongens en 2 meisjes. Mijn ouders kwamen beiden uit het noorden; mijn vader uit Groningen, mijn moeder uit Overijssel. We hadden een druk, maar gezellig gezin, waar heel veel mogelijk was. We waren niet super kerkelijk. Mijn moeder was Nederlands Hervormd en lid van de kerk, maar mijn vader had niets met de kerk. Hij liet ons wel helemaal vrij. We zijn alle vijf gedoopt, op de zondagsschool geweest en mijn jongste broer en ik hebben belijdenis gedaan. In 1967 ben ik met Henk getrouwd. We kregen twee zonen en vier kleinkinderen. Na hun studie zijn onze zonen uitgevlogen en hebben ze over de hele wereld gewoond en gewerkt. Remko, de oudste, woont na veel omzwervingen nu met zijn vrouw en vier kinderen in Zwitserland en Ragnar, de tweede zoon woont na 5 jaar IJsland en 5 jaar Canada met zijn vrouw in Brussel. Relatief redelijk dichtbij maar we zien ze niet wekelijks of maandelijks. Nu in de coronatijd is het al helemaal moeilijk.
ED: Mijn geboortewieg stond in 1948 in oost Borneo, nu Kalimantan, en ik was de oudste van drie jongens. Mijn ouders waren Haagse Nederlanders. Na 4,5 jaar zijn we naar Nigeria overgeplaatst en vanaf medio 1957 zijn we pas definitief via Bennekom in Nederland gebleven. Ik kwam vervolgens in Rijswijk in de vierde klas van de School met den Bijbel. Door het uit het hoofd moeten leren van Psalmen kwam ik in aanraking met geloofszaken. Nu heb ik geen herinnering aan die Psalmen. Ongeveer vanaf toen werd ik wel steeds nieuwsgieriger naar het wezen van geloven. Van mijn ouders zou ik mij Nederduits Hervormd moeten beschouwen. Van huis uit zijn wij, wat ik mij ervan herinner, nooit actief met het geloof bezig geweest terwijl mijn vader overal lokaal wel betrokken was.

Welke opleidingen volgde je en welk werk deed je?
Wil: Toen ik jong was, was het als meisje soms moeilijk om te mogen doorleren. Meisjes gingen naar de Huishoudschool; ik dus ook. Ik had het geluk dat ik daarna, na veel zeuren en aandringen toch verder mocht studeren. Ik heb een vooropleiding gedaan, vergelijkbaar met de MULO, en aansluitend de vierjarige NA-opleiding voor lerares naaldvakken en textiele werkvormen gevolgd in Heerlen. Ik heb mijn hele leven met veel plezier aan diverse opleidingen en scholen lesgegeven. Ik werkte op de Protestantse Huishoudschool in Geleen en bij de M.B.O.- opleiding voor verzorgenden in Sittard. Daarna heb ik nog enkele jaren bij Opera Zuid gewerkt op het kostuumatelier, waar ik prachtige kostuums heb gemaakt.
ED: Via de late lagere school ging ik naar een Christelijke MULO in Rijswijk, woonden we 2 jaar in Sappemeer, kamen terug naar Rijswijk en haalde ik daar mijn HBS-B diploma. Na mijn diensttijd eind 1969 koos ik voor technische scheikunde op de universiteit Groningen. Dat bleek te hoog gegrepen en ik ben na een jaar overgestapt naar chemische techniek op de HTS aldaar. Eind 1974, na eerst met Joke te trouwen, begon ik als procestechnoloog bij de ABS-fabriek van DSM. We woonden in Schinnen en vanaf 1976 in Geleen, waar onze dochter en zoon werden geboren. Na wat werkgeversveranderingen, verlies van ouders, ontslag bij LVM in Tessenderlo in 2003 en een scheiding in 2004 ging ik in 2013 als kunststof-technoloog met pensioen.

Hoe heeft je geloofsleven zich ontwikkeld, zijn daarin veranderingen geweest gedurende je leven?
Wil: De kerk is niet altijd een constante factor in mijn leven geweest. Soms heel dichtbij en soms meer op de achtergrond. Wel ben ik altijd betrokken geweest bij de Zondagschool en later bij de organisatie van de Instuif, waar Henk en ik elkaar leerden kennen. Toen we in Heerlen woonden ben ik nog een aantal jaren ouderling geweest van de Sionskerk in Heerlerheide.
ED: Zoals ik zei ben ik nooit actief betrokken geweest bij een geloofsgemeenschap, bleef wel heel nieuwsgierig naar wat dat nou is, geloven en waarin. Doordat ik wel via mijn basisopleiding de nodige Bijbelverhalen meekreeg, vooral als verhaal of historie, viel mij een tegenstelling op van ‘boodschap’ en werkelijkheid. Via een studenten-gesprekskring in Groningen kwam ik in aanraking met Dorothee Sölle. Dat attendeerde mij op de eigen verantwoordelijkheid en consequenties voor (politieke) misstanden. Ik ben blijven zoeken naar hoe ik mijn ‘geloofsovertuiging’ in praktijk kan brengen zoals de boodschap van geloven dat aanreikt en vooral op persoonlijk vlak. Door de kerkelijke betrokkenheid van Joke en de komst van de familie Compagner, waar we later bevriend mee raakten, werd ik meer deel van de gemeenschap. Dat begon met de uitnodiging van Jan Compagner om de kerkbladcommissie te versterken. Vervolgens stond ik dichtbij het Kerkasielavontuur, het Samen op Weg proces en het partnerschap met de Evangelisch Lutherse Kerk in Erfurt. Nu ben ik, vooral praktisch, betrokken met de Protestantse Gemeente en gericht op contact, samen bezig zijn en ontmoeten.

Wat betekent de kerk voor jou? 
Wil: In die Heerlense tijd is er ook een periode geweest dat de kerk niets meer voor mij (ons) betekende. Alleen ervaar je dan na verloop van tijd dat je toch niet zonder kunt en dat je iets elementairs in je leven mist. Zo zijn we na wat zoeken en gesprekken in Sittard gaan kerken; uiteindelijk lagen daar ook onze wortels.
ED: Als een gemeenschap in verscheidenheid waarin ik mij thuis kan voelen. Waarin aandacht en respect is voor variërende belevingsvormen en overtuigingen en voor elkaar, voor zorg en begrip. De 10 jaar, vanaf 1992, uitwisselingsprogramma’s tijdens Hemelvaart weekenden met Erfurt zijn voor mij belangrijke herinneringen. Met een gezin daar heb ik nog steeds contact. Het kerkzijn wordt voor mij meer bepaald door wat buiten de zondag gebeurt. Het kringenwerk speelt voor mij een grote rol met name daar waar een caleidoscoop van gedachten en belevingen op een breed gebied, uitgewisseld kunnen worden. Een zondagse dienst is dan een persoonlijk bezinningsmoment, een rustpunt, om vervolgens na de dienst elkaar te kunnen ontmoeten en aandacht te geven.

Doe je vrijwilligerswerk voor de kerk, waarom (wel of niet) en wat?
Wil: Vrijwilligerswerk voor de kerk, ja …. sinds een aantal jaren zorg ik voor de gastpredikanten; heel mooi heet dat preekvoorziener. Verder coördineer ik de Kerkwacht van de Gruizenkerk (nu even niet vanwege corona) en tevens maak ik deel uit van de groep gastheren/gastvrouwen. Ook heb ik buiten de kerk mijn vrijwilligerswerk bij Sanquin, wat ik erg leuk vind.
ED: Met name in praktische, faciliterende zin zoals ad hoc klussen, uithelpen en vervoerondersteuning. In 2009/2010 had ik een bescheiden rol in ZWO. Begin 2015 werd ik gevraagd als hulpkoster en nu ben ik daar samen met andere vrijwilligers actief in. Later dat jaar werd ik betrokken bij de stuurgroep van het ‘Samen Verder project’ en recentelijk heb ik de installatie van kerk-tv voor de Ontmoetingskerk gerealiseerd.

Wat zijn je passies/hobby’s? 
Wil: Mijn hobby’s, zijn lezen, wandelen, reizen, handwerken en zingen. Ik zing in de cantorij van de kerk en ik heb jarenlang gezongen bij het Limburgs Operakoor. Met dit koor heb ik ook vaak meegewerkt aan diverse operaproducties bij Opera Royal de Wallonië in Luik, als daar versterking van het koor nodig was.
ED: Met mijn handen iets kunnen maken, bij voorkeur van hout, of repareren. Bezig zijn in mijn tuin en wandelen in bos, heide of veld. Hap snap lezen, filosofische beschouwingen, deels historisch. Een specifieke hobby zou ik vogelwaarneming kunnen noemen. Ik ben al 35 jaar betrokken bij Vogelwerkgroep Geleen van Vogelwacht Limburg. Daarnaast met mensen van gedachten wisselen, al dan niet filosofisch, over van alles wat mij bezighoudt en kan delen. De agenda van het Kringenwerk biedt daar voor mij ideale mogelijkheden voor. Koken voor een bescheiden gezelschap mag ik graag doen.

Wat zijn jouw wensen voor 2021?
Wil: Voor 2021 wens ik ons allen toe dat we weer wat ‘normale’ met elkaar kunnen samen komen en dat we een hechte gemeenschap zullen worden als “Protestantse Gemeente Maas- en Beekdal”.
ED: Persoonlijk, dat ik in goede gezondheid mijn pensioen kan blijven beleven. Dat de Protestantse Gemeente tot een harmonieuze gemeenschap in verscheidenheid kan groeien waarbij het ‘wij-zij’ verleden tijd zal zijn. Door vrede in onszelf te vinden en vanuit respect voor elkaar de vrede in de wereld om ons heen waar te maken.

Onder redactie van: Willy de Koning