PGMBD

ZWO

Spiritualiteit-Vesper-Agapè
KENNISMAKEN MET EEN GEMEENTELID

Dat we samen als Protestantse Gemeente Sittard/Grevenbicht een unieke kerk vormen

is geen nieuws. We zijn levendig, actueel, open, pluriform, warm, eigenzinnig, enzovoort. Maar dat elk van die leden ook weer uniek is dat valt natuurlijk niet bij te benen; dat vraagt om een nadere kennismaking. Neem nou bijvoorbeeld Riet Coolsma uit Sittard. Ze kwam ter wereld in Zeeland, als Marietje de Koning.

 “Ik werd op 10 december 1946 geboren in Bruinisse, als 6de in een rij van 7 kinderen, 3 jongens en 4 meisjes. Mijn ouders hadden een duidelijke taakverdeling, vader werkte in de bakkerij en moeder in de kruidenierswinkel. Een gezin met heel veel gezelligheid en altijd veel mensen, ook personeel, om ons heen. We hebben geleerd om aan te pakken, moesten helpen met bestellingen wegbrengen en klusjes doen in de bakkerij. Voor Sinterklaas werd de keukentafel volgegooid met amandelen. Die moesten wij dan pellen voor de amandelspijs in de banketletters.”

 “De februariramp in 1953 kan ik me nog herinneren. Vader had geholpen met dijken stutten en toen hij thuis kwam moesten we snel spullen pakken en boven in de kerk gaan zitten. Bruinisse is niet overspoeld, maar het water kwam wel de kerk binnen. Ik weet nog 

hoe de vloer blank stond, dat ik lekker veel pennywafels kreeg en dat er te weinig drinkwater was. Na 2 dagen werden we gered. Vader bleef met de 2 oudsten in Bruinisse om op een andere plek voor brood te zorgen. De rest werd met moeder verscheept naar Rotterdam. Het verblijf in de Ahoy-hal heeft veel indruk op me gemaakt. Moeder wilde voorkomen dat we uit elkaar werden gehaald, dus moesten we wachten tot we met z’n zessen ergens welkom waren. Zo kwamen we terecht in Ter Aar, waar een mevrouw haar huis ter beschikking stelde. We hebben er een half jaar gewoond. Moeder moest soms huilen van ontroering om alle spullen die ze kreeg. Ze heeft altijd contact gehouden met die mevrouw.”

“Na de lagere school heb ik een jaar ULO en 3 jaar huishoudschool gedaan. Daarna volgde ik in Rotterdam de opleiding Ziekenverzorging in een kinderkliniek. Ik wilde altijd al graag iets met kinderen en kon goed opschieten met kinderen uit moeilijke thuissituaties. Iemand adviseerde me de opleiding Kinderbescherming A te volgen. Dat was een goed advies. Ik heb daarna gewerkt in Alphen aan den Rijn, in Voorschoten en Den Haag en heb ook nog Kinderbescherming B gehaald. In Den Haag was ik hoofd van een kinderdagverblijf en daar ontdekte ik dat ik de omgang met ouders ook heel boeiend vond. Toen ben ik Maatschappelijk werk gaan studeren en gaan werken bij een voogdijstichting voor mensen met een verstandelijke beperking. Ik groeide vanzelf steeds naar iets anders toe. Later ging ik gezinsvoogdij en adoptie doen. Dat was soms heel zwaar, maar ook heel mooi. Daarna volgde ik nog een voortgezette opleiding Maatschappelijk werk zodat ik ook therapie kon geven.”

“In 1983 leerde ik in Den Haag Jan Maarten Coolsma uit Sittard kennen. Toen we een jaar verkering hadden waren we het reizen zat, we wilden trouwen en gaan wonen in de plaats waar voor ons beiden een baan zou zijn. Hij was tekenleraar in Geleen. Ik vond eerder een baan in Sittard dan hij in Den Haag, dus het werd Sittard. Ik werd hoofd Maatschappelijk werk voor mensen met een verstandelijke beperking en werkte destijds in de vakwerkhuisjes. Eerst woonden we in de flat van Jan Maarten. In juni 1986 werd onze dochter Eliza geboren. Zij was voor ons een geschenk uit de hemel; we hadden niet verwacht samen kinderen te krijgen. We waren de jongsten niet meer. In september daarna bleek Jan Maarten kanker te hebben. Vlak voor kerst dat jaar zijn we nog verhuisd naar dit huis, waar ik nog steeds woon. Na Eliza’s geboorte ben ik minder gaan werken en toen Jan Maarten terminaal ziek was kreeg ik alle ruimte om hem te verzorgen. Daar hielpen veel lieve vrienden en familie bij, zo hebben we hem tot zijn dood in september 1987 kunnen bijstaan. Hij werd 44 jaar en we zijn maar 3 jaar getrouwd geweest.”

“Dat was de zwaarste periode uit mijn leven, ons geluk was zo ruw doorbroken. Ondanks mijn verdriet wilde ik dat Eliza een goede jeugd zou krijgen. Ik vond het een gemis dat ze geen broertje of zusje had, dat had ik haar graag gegund. Paula Walschot heeft een heel belangrijke rol gespeeld als mede-opvoeder en Jan Maartens beste vriend en mijn familieleden stonden dicht om ons heen. Jan Maartens vrienden waren ook mijn vrienden geworden, ik voelde me thuis in Limburg en wilde hier blijven. Ik bleef werken, probeerde weer naar de kerk te gaan, maar moest midden door dat verdriet heen. Ik herinner me hoe het een paar keer gebeurde dat ik achter in de Gruizenkerk zat en huilen moest. Dan kwam koster Roel Hoedeman en nam me mee, buitenom naar de consistorie. Dat vond ik zo ontroerend.”

“Het echte verdriet gaat nooit helemaal weg. Eliza heeft een vader moeten missen. Al die mooie dingen die ik nog heb meegemaakt - het huwelijk van Eliza afgelopen zomer met mijn Italiaanse schoonzoon Daniele - die vreugde had ik Jan Maarten ook zo gegund. Dat had ik graag met hem gedeeld. Hertrouwen heb ik wel eens overwogen, maar ik ben niet bewust op zoek gegaan. De juiste man ben ik gewoon niet meer tegengekomen. Alleen zijn is soms moeilijk, maar ik heb heel veel vriendinnengroepen en veel sociale contacten.”

“Van 1992 tot mijn pensionering in 2011 werkte ik bij de Sichting Welzijnszorg in Heerlen. Daarna had ik tijd om andere dingen te doen en werd ik voorzitter van de diakonie. Het was leerzaam, maar het vraagt ook veel van je. In januari stop ik, ik word dan lid van de ZWO-groep.”

“Geloven betekent voor mij zoveel meer dan op zondag naar de kerk gaan. Daar laad ik op en krijg ik inspiratie, maar mijn motto is: geloven doe je op maandag. Werken aan een wereld zoals Jezus dat ons heeft voorgedaan. Dat heb ik van huis uit meegekregen. Mijn ouders waren beelddragers van hoe je moet omzien naar elkaar. Ze hebben een tijdlang in stilte, niemand die dat wist, een weduwvrouw ondersteund met 100 gulden per maand. Mijn vader is 40 jaar verbonden geweest aan de Zondagschool zoals dat vroeger nog was. Dat de kinderen de verhalen doorverteld kregen uit de kinderbijbel was voor hem heel belangrijk. Hij heeft ook jarenlang in de kerkenraad gezeten en was altijd actief in de kerk. Mijn vader was een zorgzame man en zeer betrokken bij zijn 7 kinderen en later kleinkinderen. Door zijn beroep, dat van bakker, was hij ook altijd thuis. Mijn moeder kon heel goed luisteren. Ondanks haar drukke werk nam ze tijd om de verhalen van mensen aan te horen. Onze moeder was een hele krachtige vrouw, we praten nog heel vaak over haar. Die instelling van onze ouders, die nemen wij ons hele leven mee.”

“Mijn geloofsopvoeding was streng Christelijk. Daar ben ik in de periode dat ik in Den Haag woonde en door de studies van los gekomen. Ik bezocht er de Kloosterkerk, ging met de bekende Maria de Groot naar Taizé, leerde de oecumene kennen. Mijn geloof is geleidelijk veranderd in: niet meer alles zeker weten. Twijfelen is niet erg, het maakt me niet meer onzeker, de basis blijft.

Altijd weer zeg ik: En toch! Toch is er een God als een baken van vertrouwen.”

“Ik ben blij met mijn leven zoals het nu is. Ik voel me bevoorrecht dat ik moeder heb mogen worden. Een kind is een groot geluk, ook al woont Eliza nu in Spanje. Er aan wennen dat ze uit huis ging moest ik al toen ze ging studeren. Nu vind ik het heerlijk om af en toe naar Madrid te gaan. Als zij gelukkig is, ben ik het ook!”

Tekst: Willy de Koning

laatste update.: 01-01-2016