PGS

ZWO

printen

Eindigheid in het Gruizenkerkje


03-11-2019



Het was weer de eerste zondag van de maand, tijd voor het welbekende ‘zin & hapjes’. Na een mooie start in oktober over ‘Waarheid’ met Jan de Koning was nu het minstens zo grote woord ‘Eindigheid’ aan de beurt. Zeer passend bij deze tijd van Allerzielen en Allerheiligen. Ralf Smeets, geestelijk verzorger in het Zuyderland ziekenhuis nam de column voor zijn rekening, en had daar ook prachtige muziek bij gezocht. Van Marco Borsato tot Bach. Ralf liet de bijna dertig aanwezigen glimlachen, maar zette ook aan het denken, onder meer met de gedachte dat ‘eindigheid van het leven een van mooiste geschenken is die we hebben gekregen’. Uiteraard stond die stelling op een van de statafels om nog eens over na te praten. Net als over de verzuchting: ‘Mag je ook gewoon boos zijn om de eindigheid?’. Of deze: ‘wat voor de rups het einde is, is voor de rest van de wereld een vlinder’. Gesprekken werden al snel persoonlijk, en er werd heel wat gedeeld. Weer een mooie middag in deze serie. Mis vooral de volgende niet, op 1 december. Lianne van Oord spreekt dan de column uit, over ‘Zuiverheid’. En om het alvast maar aan te kondigen, in januari is ‘Zin en Hapjes’ niet op de eerste, maar op de laatste zondag van de maand – 26 januari. Zet ook maar in de agenda.  Tot ziens namens het Zin de Gruizenkerk team!

Hierbij de column van Ralf:

Eindigheid

Het is 1986 en de secularisatie is al bijna voltooid. We gaan op kamp met een groep verkenners in Vaals. Ik heb in het reglement van de scouting gelezen dat aan scouts de gelegenheid geboden moet worden om op zondag naar de kerk te gaan. De rest van de club kijkt me raar aan als ik voorstel te gaan kijken waar er op zondag in de buurt een kerkdienst is. Maar zo komen we bij één van de mooiste kerkjes van Limburg, in het piepkleine Holset. De pastorie is eraan vast gebouwd dus we bellen meteen maar even aan om te vragen hoe laat de kerkdienst op zondag is. Een verwarde oude pastoor doet de deur open. Hij moet het parochieblad erbij halen om op te zoeken hoe laat de mis is. Als we binnen zijn valt er één ding op: op het dressoir tussen alle rommel is er een prominente plaats voor een schedel. En bij dit symbool van de dood, is er ter versterking nóg een gevoegd: een sigaret tussen de kaken maakt het doodshoofd tegelijk luguber èn grappig.

Een schedel op de kast is een oud gebruik bij kloosterordes. “Memento mori” zegt die ons: “Gedenk te sterven”. Het is een aanbeveling voor kloosterlingen om vaak over de dood na te denken en daardoor beter in het leven te staan. Ook de Dalai Lama raadt mensen aan minstens éénmaal per dag stil te staan bij de eigen eindigheid. Die meditatie brengt veel goeds. En toch zullen niet veel mensen dit gebruik overnemen. Dagelijks denken aan onze eigen eindigheid lijkt ons in eerste instantie alleen somberheid en narigheid te brengen. Is het niet beter vooral te leven en niet stil te staan bij het einde dat ons onvermijdelijk te wachten staat?

Ik denk dat het begrip eindigheid ons drie reacties kan ontlokken:

  1. Weg met de eindigheid!
  2. Je moet je verhouden tot de eindigheid. (Ofwel: help, ik ben net vijftig geworden)
  3. Lang leve de eindigheid!

Eerst maar eens nummer 1: “Weg met de eindigheid!” Een groot deel van ons leven besteden we aan behoud. We willen dat de dingen in ons leven blijven in plaats van eindigen. De dingen die we kunnen, gezondheid die we hebben, de mogelijkheden die we hebben, willen we houden. We willen ook graag jong blijven en doen daar van alles aan, liefst met een sportieve levensstijl, zonder rimpels, met de laatste technische snufjes en altijd op de hoogte van het laatste nieuws. Wie zou er nu op jonge leeftijd willen denken aan het pensioen, de aftakeling en je voorkeur voor een manier van sterven?

Als ik geneeskundestudenten tijdens hun opleiding vroeg naar hun beeld van lijden en dood, leverde dat vooral grote verbaasde ogen en langdurige stiltes op. Zelfs de professionals op het gebied van eindigheid – zo mag je medici toch noemen – hebben er moeite mee diezelfde eindigheid onder ogen te zien. Op de spoedeisende hulp, zo verzuchtte laatst een jonge arts, gaan we veel te vaak lang door met zinloos behandelen, omdat we het gesprek over het onvermijdelijke einde niet aandurven. “Weg met de eindigheid” lijkt het innerlijk van de jonge dokter dan uit te roepen.

En dan naar nummer 2: “Je moet je ertoe verhouden.” Tja, drie weken geleden werd ik 50. Ik moet eerlijk bekennen dat ik nogal onder de indruk was van dit noodlot. Ik troostte me met de gedachte dat er anderen zijn die deze leeftijd niet halen en dat ik dus tot het fortuinlijke deel van ons soort behoor. Maar echt helpen deed dat niet. Een collega in het ziekenhuis knikt meewarig en zegt: “De meeste boterhammen heb je nu wel gegeten”. Maar ook voor wie nog geen 50 is, is de eindigheid niet te vermijden. En inderdaad herinner ik me dat ik er erg van onder de indruk wat toen ik als 7-jarige te horen kreeg dat de laatste van mijn grootouders was overleden. Je moet er iets mee, want je kunt niet om de eindigheid heen.

Hoe dan? Het doet me denken aan de Pabo-studenten die ik een opdracht gaf om een levensbeschouwelijke tekst te kiezen die zij met een klas zouden willen bespreken. Ik verwachtte een bijbeltekst of iets uit de koran of van een filosoof, maar er was één tekst die heel veel gekozen werd die ik niet verwacht had. Het lied van Marco Borsato over de eindigheid kwam het meest terug. “Als er nooit meer een morgen zou zijn” en even later in het lied “dat je dan pas zou doen wat je altijd al wou.” En ja, de eindigheid van de tijd maakt de dingen waardevol. En dan kunnen we de stap maken naar nummer 3: “Lang leve de eindigheid!”.

Psychiater en filosoof Damiaan Denys zegt het zo: “De eindigheid van het leven is één van de mooiste geschenken die we hebben gekregen. Stel je voor dat we 8000 jaar zouden leven, wat zouden we dan gaan doen? Alles wordt betekenisloos. Het leven is zo waardevol door het tijdelijke karakter en omdat het zeldzaam is”.

De eindigheid als het mooiste geschenk. Denys zegt in hetzelfde interview met Radio 1: “het leven is eigenlijk een prachtige film, omdat we niet weten wanneer de dood komt en hoe die komt.” Lang leve de eindigheid dus. Daar zou nog veel meer over te zeggen zijn, en dat gaan we zeker ook doen vanmiddag in de gesprekken. Maar: ook deze column is onderworpen aan de eindigheid (gelukkig maar) en daarom nu eerst muziek om daarna verder te praten over de eindigheid.

We horen het openingskoor van cantate 8 van Bach: “Liebster Gott wann werd ik sterben?” het is zijn vertolking van de eindigheid naar aanleiding van Lukas 7 vers 11 tot en met 17, de opwekking van de zoon van de weduwe in Naïn. Dit koor beschijft de eindigheid helder: “eine kleine Weil arm und elend sein auf Erden, und denn selber Erde werden.”






laatste update.: