PGS

ZWO

printen

SPULLEN

04-10-2018

In de laatste bijeenkomst van de ouderenkring in Geleen (28 augustus jl.) spraken we over spullen die we in huis hebben. Spullen die we gekocht of gekregen hebben. Spullen waar we in de loop der jaren persoonlijk aan gehecht zijn geraakt. Een aantal deelnemers had ook iets meegenomen dat een speciale herinnering voor hen had. Bij die voorwerpen die getoond werden, hoorden mooie verhalen van lang geleden. Iemand vertelde over een houtsnijwerk dat zij voor altijd verbond met de geboorte van haar eerste kleinkind. Een ander kwam met een indrukwekkend verhaal over een speciaal dagboekje daterend uit de oorlogstijd in Nederlands-Indië. Weer iemand anders toonde een lampje dat hij bij een speciale gelegenheid had gekregen. Nog weer iemand anders liet een miniatuurfietsje zien, dat een speciale rol in haar leven had gespeeld. Zo noemde elke deelnemer aan deze groep wel een voorwerp dat voor hem of haar tot de verbeelding sprak.

Bij spullen in je huis kan het om van alles gaan. Om dingen die je dagelijks gebruikt zoals een tafel of stoelen. Vaak weet je nog goed waar je die  gekocht hebt. En wanneer dat was. En waarom. Bijvoorbeeld toen je ging trouwen of samenwonen. Of ging verhuizen. Of zomaar omdat je eens wat nieuws wilde.
 
Het kan ook een boek zijn dat je ooit in je bezit gekregen hebt en dat je geraakt heeft. En  daarom een speciaal plekje in je boekenkast heeft gekregen. Maar bij spullen kun je ook denken aan dingetjes die iedereen wel in huis heeft staan. Een bordje, een vaasje, een beeldje. Of een prulletje. Soms stelt het niks voor en heeft geen enkele waarde, maar ze horen erbij. 
Als dominee kom ik in heel veel verschillende woonkamers, waarin zich uiteenlopende voorwerpen bevinden. Ik vind het altijd mooi om die allemaal te zien. Want al die spullen zeggen ook iets over de bewoner. En over hoe het huis is ingericht. En over smaak en voorkeur.
 
Een mens verzamelt  wat in zijn en haar leven. Maar er zijn ook momenten dat je dingen weer weg moet doen. Dat doet zich bijvoorbeeld voor bij een verhuizing en zeker als je kleiner gaat wonen. Dat is het geval bij opname in een verzorgingshuis of een verpleeghuis. Dan moet er radicaal opgeruimd worden. Want je mag immers maar weinig meenemen. Vaak moet het opruimen ook nog in korte tijd en onder druk geregeld worden. Van sommigen hoor ik dan wel eens hoe moeilijk en verdrietig dat kan zijn, want je moet zo definitief afstand doen van dingen die je lief en dierbaar zijn.
  Als het gaat om gedwongen verhuizingen, komen ook vluchtelingen mij voor de geest. Zij hebben al hun bezittingen en spullen moeten
achtergelaten. Soms van de ene dag op de ander. En als ze hier komen in een asielzoekerscentrum, hebben ze meestal niet meer dan wat persoonlijke dingen bij zich. Wat kleren en kleinigheden. 
 

De meeste spullen die in je huis staan, heb je zelf ooit aangeschaft. Maar er zijn ook dingen die je gekregen hebt of geërfd. Zoals sieraden van je moeder. Het gouden horloge van opa. Of een antieken kastje van je tante. Het betreffen voorwerpen die van de ene generatie overgaan op de ander en zo geslachten met elkaar verbinden. Zoals een stoel waarop mijn overgrootmoeder, mijn grootmoeder, mijn moeder gezeten hebben en waarop ik en mijn kinderen nu zitten.  En soms weet je niet goed wat je er mee moet. Die ring van oma ligt al jaren ongebruikt in de kast, maar om die weg te doen, is ook zo wat. 
 
Kortom ons bestaan is veelal omringd door spullen die we om ons heen verzameld hebben en die deel uit maken van ons leven. Spullen waar we ons goed bij voelen en die ons vreugde en voldoening geven. Soms zelfs levenszin. Maar ook spullen die een last voor je kunnen vormen. Hoe belangrijk spullen en bezittingen ook voor ons ook moge zijn, tegelijkertijd treffen we in de Bijbel ook verhalen en woorden aan die het bezit relativeren.
Naast zeer vermogende mensen als Abraham en koning Salomo treffen we in de Bijbel mensen aan zonder noemenswaardige bezittingen of spullen, zoals Jezus en zijn discipelen die zonder bagage van stad naar stad trekken. Of iemand als Palaus die op zijn reizen hooguit wat persoonlijke dingen in zijn rugzak zal hebben gehad.

De Bijbel is niet tegen bezit of het hebben van allerlei spullen, maar die spullen moeten je niet in de greep hebben. Er is in het leven meer dan bezit en spullen, hoe belangrijk die ook zijn. Jezus zegt in zijn Bergrede zo: “Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde: mot en roest vreten ze weg en dieven breken in om ze te stelen. Verzamel schatten in de hemel, daar vreten mot noch roest ze weg, daar breken geen dieven in om ze te stelen”. (Matteüs 6: 19-20)

Bovendien je kunt al je spullen toch niet meenemen het graf in, zoals de Prediker zegt: “Naakt is zo iemand uit de moederschoot gekomen, even naakt keert hij terug. Niets van wat hij heeft verworven en in handen dacht te hebben, neemt hij mee”  (Prediker 5: 14). Paulus sluit zich bij de wijze raad van Prediker aan als hij in zijn brief aan Timoteüs laat weten:  “Wij hebben niets in deze wereld meegebracht en kunnen er ook niets uit meenemen. Wij hebben voedsel en kleren, laten we daar tevreden mee zijn”. (I Timoteüs 6: 7-8).
Pier Prins

laatste update.: