PGS

ZWO

printen

BIJ HET EINDE VAN DE CLASSIS LIMBURG

03-10-2018

Per 1 mei 2018 is een einde gekomen aan de Classis Limburg, die met haar voorlopers 450 jaar lang heeft bestaan. In het kader van de aanpassing van de organisatie van de Protestantse Kerk in Nederland, die de kerk gereed moet maken voor een toekomst met minder leden, is de Classis Limburg opgegaan in een veel grotere classis, die alle gemeenten in de provincies Noord-Brabant en Limburg en ook de Waalse (Franstalige) gemeenten in geheel Nederland omvat. Zo"n grote classis met 150 gemeenten is er nog nooit geweest. Dit gebeuren is een goede gelegenheid om eens terug te kijken op die 450 jaar classicale geschiedenis in onze streek.

Wat is een classis in de Protestantse kerk?
Zoals wel bekend zal zijn, wordt een belangrijk kenmerk van de Protestantse kerkorganisatie gevormd door de grote zelfstandigheid van de individuele gemeenten. Er is geen bisschop of paus die de kerkgemeente of de predikant opdrachten kan geven: in beginsel bestuurt de gemeente zichzelf via de kerkenraad, waarvan de leden door de gemeenteleden zelf worden gekozen.
Toch staat een Protestantse kerkgemeente staat niet op zichzelf. Zeker: zij is zelfstandig in haar eigen aangelegenheden, en dat betekende in de 16e eeuw een grote "hervorming" (terug naar de situatie in de Kerk van de eerste eeuwen na Christus) van de Rooms-Katholieke kerkinrichting die was vergroeid tot een onwrikbare heerschappijvolgorde paus-bisschop-pastoor-leek. Wij geloven in onze kerken dat de ene, heilige, katholieke (algemene) Christelijke Kerk uit de geloofsbelijdenis in iedere afzonderlijke gemeente tot volledige openbaring komt. Maar aan de andere kant "is het niet goed dat de mens alleen zij" en is het evenmin goed dat de plaatselijke kerkgemeente alleen is. Vandaar ons kerkverband, vandaar ook het bestaan van de classis als orgaan daarvan.

De classis voorziet al vanaf de eerste organisatie van de Gereformeerde (ofwel Hervormde) kerkgemeenten rond 1570 (synoden van Wezel en Emden) in de toen al gevoelde behoefte aan een platform voor samenspraak tussen de verschillende gemeenten binnen een bepaald gebied. De classis is er niet om te heersen over de plaatselijke gemeenten, maar wel om te spreken over en te handelen in het belang van de gemeenschap van die plaatselijke gemeenten.
 
Taak van de classis is bv. ook om praktische grenzen tussen de individuele gemeenten te bepalen om zo conflicten tussen buurgemeenten te voorkomen.
Het woord “classis” betekent zoiets als “vloot”; daarbij kunnen we denken aan een vloot van kerkgemeenten als “scheepkens onder Jezus’ hoede”.
 
De eerste classisorganisaties in onze streek: Keulen en Waals Limburg (1568-1632)
In onze streek sloten reeds in 1568 de toenmalige Gereformeerde (Hervormde) gemeenten van Sittard, Urmond, Heinsberg, Susteren, Hasselt, Stein en Maaseik zich aaneen tot het Maaskwartier van de Keulse Classis. Deze pioniersactiviteit wordt in de Nederlandse kerkgeschiedschrijving nog wel eens vergeten. Er waren toe ook al Gereformeerde gemeenten in Maastricht, Rekem en Wittem, maar die waren bij deze eerste classisvorming niet betrokken. Wèl kwam er een soort classis avant la lettre van de Waalse gemeenten te Maastricht en de toen tot het hertogdom Limburg behorende plaatsen Dalhem, Hodimont, Petit Rechain, Herve en Chaineux tot stand. De opkomende Nederlandstalige gemeenten in het land van Overmaas bleven alleen staan. Het was de tijd van de Tachtigjarige Oorlog en de Protestantse gemeenten hadden vaak vervolging te verduren. Zo vererfde de Rijksheerlijkheid  Rekem in 1590 naar een Spaansgezinde graaf, waarop de Protestantse gemeente werd verplaatst naar Geulle aan de andere kant van de Maas. De Hervormde gemeente te Geleen (kerk in Oud-Geleen) werd al enkele jaren na de oprichting uiteengeslagen door de Spanjaarden en ds. Latomus moest vluchten.
 
De classis Maastricht (1632-2004)
De vervolgingssituatie veranderde in 1632, toen de steden Maastricht en Limburg met hun omgeving door de Staatse troepen onder prins Frederik Hendrik van Oranje werden veroverd op Spanje. De op dat moment, soms al tientallen jaren, in verschillende plaatsen bestaande Protestantse gemeenten en ook de Protestanten in de verstrooiing in het Limburgse land kregen daardoor godsdienstvrijheid. De strenge vervolging door de Inquisitie hield op, ettelijke gemeenten kwamen uit hun ondergronds bestaan in de openbaarheid. Op 23 februari 1634 werd een Classis Maastricht opgericht, bestaande uit de Nederduitse en Hoogduitse gemeenten van Maastricht, Wilre in de Vroenhof (= Wolder, nu een wijk van Maastricht), Valkenburg, `s-Hertogenrade, Eupen, Eijsden en Baelen. De Gulikse gemeenten Sittard, Susteren en Urmond waren hier dus niet bij; die bleven deel uitmaken van de toenmalige Hervormde Kerk van Gulik, Kleef, Mark & Berg en zijn pas na de Franse tijd in het Nederlandse kerkverband opgenomen. De Waalse gemeente van Maastricht richtte  nu samen met die van de stad Limburg en enige andere in wat nu Wallonië is een officiële Waalse Classis Limburg op.
 
Door de oorlogstroebelen werd de classis Maastricht al in 1635 weer uiteengejaagd, maar zij werd heropgericht na de Vrede van Munster (1648). Eupen en Baelen waren er niet meer bij, maar wel  Heerlen en Vaals (dat een toevlucht werd voor Protestantse kerkgangers uit de Rijksstad Aken en de Spaans blijvende gedeelten van Limburg).
 In 1654 trad Beek toe en na het Partagetractaat van 1661, waarmee het Land van Overmaas werd verdeeld tussen Spanje en de Verenigde Nederlanden, ook Geulle, Meerssen en Klimmen. Er werden zelfs gemeenten gesticht in plaatsen zoals Schimmert en Vijlen, waar nauwelijks Protestanten woonden. Later sloten ook de ondergrondse zgn. kruisgemeenten van Aken, Burtscheid en Eupen en de garnizoensgemeente van Namen zich aan. Daar de stad ’s-Hertogenrade aan Spanje was toegewezen, werd de Protestantse gemeente aldaar verplaatst naar Gulpen, waar zij nog heden is. Na latere oorlogen kwamen de gemeenten van Venlo en Stevensweert er nog bij. De gemeenten van Gennep, Sittard en Urmond gingen na de Franse tijd rond 1800, bij de opdeling van de hertogdommen Kleef en Gulik tussen Pruisen en het nieuwe koninkrijk der Nederlanden, over van de Hervormde Kerk van Gulik, Kleef, Mark & Berg naar de Nederlandse Hervormde Kerk, classis Maastricht. Vanwege de grote afstanden binnen Limburg is Gennep later overgegaan naar de classis Nijmegen.
 
 Een scherpe scheiding tussen Calvinistisch en Luthers, zoals in sommige andere delen van Nederland en Duitsland, heeft in Limburg nooit bestaan. In 1816 gingen bij Koninklijk Besluit (voor ons een wonderlijke gedachte!) ook officieel de Lutherse en Hervormde, zowel de Nederlandstalige, Duitstalige en Franstalige, gemeenten samen in één kerkverband. De classis Maastricht omvatte toen ook de gemeenten van Dalhem en Verviers en de garnizoensgemeente van Luik. Later zijn overigens de Lutherse en Waalse gemeenten ieder weer in hun eigen kerkverband opgenomen.
Veel bemoeienis had de classis in die tijd met het oplossen van de problemen rond de zgn. simultaankerken (gebouwen in gemeenschappelijk gebruik bij Rooms en Protestant). Uiteindelijk heeft dit geleid tot de bouw van de zgn. Leopoldskerken in Beek, Meerssen, Heerlen en Gulpen, waarvan de eerste twee nog heden bestaan, maar alleen die van Beek nog als kerk in gebruik is, en van de kerk in Eijsden.
 
Nieuwe gemeenten werden opgericht in Roermond (1817), Weert (1859), Blitterswijck (1860, later met Venray overgegaan naar de classis Peel en Kempenland) en Grevenbicht (1862). Een sterke toename was er in het begin van de 20e eeuw door de vestiging van vele mijnwerkers uit andere landsdelen. De Hervormde gemeenten te Hoensbroek, Treebeek, Brunssum, Kerkrade, Terwinselen, Geleen en Waubach kwamen tot stand en in diverse andere plaatsen zoals Schaesberg, Heerlerheide, Schinveld, Nuth, Bleijerheide, Spekholzerheide, Eygelshoven en Stein kwamen er (hulp)kerken. Na de mijnsluitingen rond 1970 trokken veel kerkleden weg en kwam men op verschillende plaatsen tot de vorming van combinaties en streekgemeenten en werden kerkgebouwen gesloten. Na de eeuwwisseling is dit proces door de ontkerkelijking en door het wegtrekken van veel Protestantse jongeren vanwege gebrek aan geschikt werk in een stroomversnelling gekomen.
 
Interessant is het om te zien dat de Afscheiding van 1834 en de Doleantie van 1886 aan Limburg vrijwel onopgemerkt zijn voorbijgegaan. Het "modernisme" had hier weinig aanhang, de gemeenten bleven orthodox. Later zijn hier tòch zelfstandige Gereformeerde kerken ontstaan door inwijking (vooral in de mijntijd) en als gevolg van actieve evangelisatie. De eerste Gereformeerde Kerk, die van Venlo, werd geïnstitueerd in 1911. In 1915 volgde Heerlen, in 1919 Treebeek en Maastricht, in 1920 Roermond, in 1930 Lutterade (thans Geleen) en tenslotte in 1956 Sittard. De kerken waren eerst aangesloten bij de Gereformeerde Classis 's-Hertogenbosch; de Gereformeerde Classis Maastricht werd opgericht op 24 juli 1946.

Twee classes Maastricht naast elkaar (1946-2004)
De nieuwe Gereformeerde classis moest zich al direct bezighouden met het afwikkelen van de gevolgen van de kerkscheuring van 1944, waardoor uiteindelijk de tegenwoordige Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) van Treebeek en de Nederlands Gereformeerde Kerk van Maastricht zijn ontstaan. Ook deze twee kerkgemeenten behoren bij onze Limburgs-Protestantse stam. Later is er ook een GKV in Maastricht opgericht, die thans nauw samenwerkt met de NGK Maastricht.

Beide classes Maastricht hebben zich in de zeventiger jaren van de 20e  eeuw sterk moeten inspannen voor het opvangen van de gevolgen van de mijnsluitingen voor de aangesloten gemeenten. Problemen en zwarigheden waren er genoeg. Maar in diezelfde tijd kwam ook een zeer hoopgevende zaak op gang: de geleidelijke toenadering tussen de gescheiden broeders en zusters van Hervormd en Gereformeerd. Allengs gingen overal in Limburg de plaatselijke Hervormde Gemeenten en de Gereformeerde Kerken “Samen op Weg”, later gevolgd door officiële fusies. In 2004 gingen ook de beide classes Maastricht, met de Evangelisch-Lutherse gemeente Zuid-Limburg, samen tot de Protestantse classis Limburg.
 
Eén classis Limburg (2004-2018)
De classis Limburg heeft zich vrijwel de gehele tijd van haar bestaan moeten bezighouden met de verdere herstructurering van de Limburgse kerk. Op 19 april 2018, bij haar laatste vergadering in de Ontmoetingskerk te Geleen, bestond de Classis Limburg uit de gemeenten Brunssum (met Hoensbroek en Treebeek), Sittard-Grevenbicht, Maas-Heuvelland (Maastricht, Meerssen, Valkenburg, Gulpen, Vaals), Oude Mijnstreek (Kerkrade, Terwinselen, Schaesberg, Waubach/Ubach-over-Worms), Eijsden, Geleen-Beek-Urmond, Heerlen, Maasbracht, Roermond, Venlo en Weert-Budel.
Naar een classis Noord-Brabant, Limburg en de Réunion Wallonne
Hoe het classisleven zich zal ontwikkelen in de nieuwe megaclassis met 150 gemeenten zal de tijd leren. Ik denk dat daarbij die andere organisatorische verworvenheid uit de begintijd, de Ring (een opvolger van het Maaskwartier, waarmee het in 1568 begon) voor een goed contact tussen benabuurde gemeenten onontbeerlijk zal blijken. Het is alleszins de moeite waard de nodige aandacht te schenken aan het behoorlijk optuigen van de Ring, al was het maar om te voorkomen dat het Limburgse Protestantisme ondersneeuwt binnen de megaclassis. Dat de Heer zijn werk in Limburg niet zal laten varen, staat voor mij vast.
 
Wim Hoogstraten, Urmond

laatste update.: