PGS

ZWO

printen

PINKSTEREN: MET VREUGDE AF-ZIEN EN ZIEN

04-05-2018

Met het oog op wat er gebeurt in de wereld om ons heen, is het geen verrassing dat we ons afvragen wat we kunnen waarnemen van Gods nieuwe wereld. Met het Pinksterfeest voor de deur is de vraag, wat de toegevoegde waarde van Pinksteren is. Is er reden tot feestvreugde? Maakt het iets uit als we proberen Jezus na te volgen?

Bij de 12 leerlingen van Jezus wordt duidelijk, dat het niet meeviel om hem na te volgen. Ze mochten niets meenemen voor onderweg: geen stok, reistas, brood, geld en geen extra kleren. Als ze geen onderdak vonden, moesten ze gewoon verder trekken (Lucas 9,1-5). Er werden dan wel 5000 mensen met vijf broden en twee vissen gevoed en Petrus, Johannes en Jakobus gingen met Jezus de berg op, waar ze Mozes en Elia tegenkwamen. Aansluitend ruziën de leerlingen over de vraag wie de meest belangrijke van hen was, maar daarna waarschuwde Jezus weer. Voor wie hem navolgt is er geen rustplek, zoals bij vossen. De doden moeten de doden begraven, ook al gaat het om de eigen vader. En afscheid nemen van huisgenoten is er ook niet bij, want je moet niet achterom, maar vooral vooruit kijken (Lucas 9,57-62).
 
Terwijl we als lezer van het evangelie van Lucas het idee krijgen dat navolging van Jezus een onbegonnen zaak is, lezen we in Lucas 10,1, dat Jezus plotseling 72 (of in andere handschriften 70) anderen aanstelde, die hij twee aan twee de wereld in stuurde. Want de oogst is groot en er zijn weinig arbeiders. Ook hier klinkt een waarschuwing: Ze gaan als lammeren onder de wolven. Er mocht ook niets worden meegenomen voor onderweg: Geen geldbuidel, reistas, sandalen. Als een stad hen niet welkom heette, mochten ze het stof van hun voeten afvegen als aanklacht (Lucas 10,1-11).
 
Al met al vinden we bij Lucas geen reclamepraatje om Jezus na te volgen. Met de negatieve kanten kunnen we ons afvragen of we er wel aan moet beginnen. Of we het wel willen en kunnen en of de moeite wel loont. Ook al konden de 72 onheilspellende woorden spreken. Ook al hadden ze  macht om slangen en scorpioenen te vertrappen en vijanden te breken, zodat hen niets kon schaden. Ook al waren er lichtpunten, zoals de spijziging, het moment op de berg en het succes van de leerlingen om mensen te genezen en boze geesten uit te drijven. Het is duidelijk: bij geloof en navolging zijn niet alléén maar goede momenten. We lopen tegen onze grenzen aan. Niet alles wat we willen, kunnen we ook. Er gaan dingen mis en soms is het echt afzien.
 
Maar geloven en navolgen is méér dan dit. Het is soms ook af-zien van wat voor ogen is, om te kunnen zien wat er (nog) niet is. Er valt een ander licht op ons en op de wereld om ons heen. Het geloof leert ons om niet in onze onmogelijkheden te blijven hangen. Het licht geeft ons kracht en moed om af te zien van onze onmogelijkheden. Dit af-zien van onszelf houdt het verlangen in om wel iets te doen met geloof en navolging. Al lijkt het soms onnozel, naïef en lijkt het bij tijden onverstandig en niet te beredeneren.
Maar, gezien de gebeurtenissen in de wereld, is het maar de vraag of we we zo veel verstandiger leven als we alléén doen wat we op een goede manier kunnen beredeneren.
 
 

Geloof en navolging zijn van toegevoegde waarde als het gaat het om signaleren en benoemen van macht en machtspelletjes, die  worden gespeeld in de grote wereld en in onze kleine wereld. Soms zijn we er deel van en soms hebben we het niet in de gaten. De eerste stap vanuit ons geloof is dan dat we af-zien van onszelf, zodat we dit waarnemen. De tweede stap is navolging en houdt in, dat we in actie komen. Niet zozeer namens onszelf, maar in de naam van Jezus. Niet om als moraal ridder op te treden of om een beter mens te zijn en de ander te veroordelen, maar vragenderwijs, om er achter te komen wat er speelt en of er niet andere mogelijkheden en manieren zijn. En soms gaat het om protest tegen de boze geesten die mensen misleiden, misbruiken, waar respect voor elkaar ver te zoeken is.
Vanuit geloof en navolging gaat het er om groter te denken. Dat maakt Lucas duidelijk door het niet alleen over de 12 leerlingen te hebben, conform de 12 stammen van Israël, maar ook over de 72 anderen die hij aanstelde. Verwijzend naar het aantal kleinzonen van Noach, die het nieuwe begin symboliseren ná de grote vloed (of 70 als getal van de volheid, het getal van alle volken, de hele wereld).
 
Geloven en Jezus navolgen is af-zien. Het begint met het signaleren en benoemen van wat ons afleid van wat wezenlijk is en onzichtbaar: Gods wereld nabij. En Gods wereld is nabij als we God zien in de ander. Dit kunnen we zien als we af-zien van onszelf. Dan ligt onze vreugde niet in de onderwerping van mensen of machten, maar in de gedachte dat God ons kent bij onze namen en weet wie we zijn in het licht van zijn nieuwe wereld.
De wereld is (nog) niet verandert, dat is ook in Lucas 10 zo. Goede Vrijdag, Pasen en Pinksteren moesten toen nog gebeuren. Maar, vooruitlopend op Pinksteren, komt Jezus in Lucas 10,21 bij de Geest-vreugde uit: ‘Op dat moment begon hij (Jezus) vervuld van de heilige Geest te juichen en zei: “Ik loof u, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat u deze dingen voor wijzen en verstandigen hebt verborgen, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld.”
 
In de Geest van Pinksteren kunnen we eenvoudig zijn en denken en met vreugde af-zien om te zien wat ons te doen staat. In de naam van Jezus.
 
Gezegende Pinksteren      
 
ds. Joachim Stegink

laatste update.: