PGS

ZWO

printen

IK + ZIJ = WIJ

01-10-2016

We zijn het inmiddels gewend om aandacht en ruimte te geven aan ons "ik". Het is belangrijk en mooi dat we de mogelijkheid krijgen en hebben ons zelf te ontdekken en te ontplooien. Ook onze kinderen krijgen volop de gelegenheid. Het is geweldig om te zien en te ervaren wat allemaal mogelijk is. Ik denk dat het uniek is in de geschiedenis dat zo veel mensen deel hebben aan deze ontwikkelingen. Er is best reden om daar dankbaar voor te zijn. Maar toch zijn er momenten waar ik mijn vraagtekens zet bij onze "ik" gerichtheid.

Ik zie hoe het ‘gewone ik’ onder druk komt te staan door het ‘bijzondere ik’. Door tv-programma’s als ‘Idols’ of ‘Holland  Got Talent’ ligt de lat hoog. De maatstaf is niet meer het gewone, maar het bijzondere. Dat geldt ook voor social media. Het gewone leven is niet meer hip genoeg, is saai en verdient geen aandacht. Niet alleen de jonge generatie voelt de pres(en)tatiedruk en helaas is niet iedereen even goed tegen de druk opgewassen. 
 
Ik zie ook dat het ‘ik’ te ‘dik’ kan worden. Dan heeft het eigen gevoel, de eigen visie voorrang en mag niet door anderen aan de kant worden geschoven. De meest botte uitspraken krijgen op social media ondersteuning. Het roept het idee op dat een meerderheid deze gedachten deelt en het wordt als toestemming ervaren om de grenzen van fatsoen en respect te overschrijden. Voor nuancering en luisteren naar de ander is weinig tot geen ruimte.
 
Verder zie ik dat het ‘grote ik’ een  rol speelt. De afgelopen jaren heeft de gedachte ‘eigen volk eerst’ steeds meer ruimte gekregen. Dat komt naar voren in de krampachtige omgang met vluchtelingen in ons eigen land, maar speelt ook bij een groot deel van de Oost-Europese landen en bij de Brexit een rol.
Wat deze drie vormen van ‘ik’-denken gemeenschappelijk hebben, is het feit dat ze naar binnen zijn gericht en verbonden zijn met een ‘zij’-denken’. Het ‘ik’ kan druk en frustratie voelen omdat het zich van de ‘zij’-groep buitengesloten voelt, terwijl dat niet de bedoeling is. Er kan ook de bewuste keuze spelen dat het ‘ik’ niet bij de ‘zij’-groep wil horen, zodat ‘zij’   buiten het eigen gezichtsveld vallen. En degene, die niet bij mijn ‘ik’-groep horen, kunnen als bedreigend worden ervaren. ‘Zij’ roepen onzekerheid en angst op. Het ‘ik’ wil zichzelf beschermen, sluit zich af. Harten en grenzen gaan dicht –letterlijk.
Voor mij is de vraag of er een ‘ik’-denken mogelijk is dat niet alleen op zichzelf gericht is en alles wat daarbuiten valt als ‘zij’ ziet. Iets wat ons ‘ik’-denken overstijgt en een ‘wij’ denken mogelijk maakt. Een extra dimensie. Voor mij speelt daarbij het geloof in God en Jezus een belangrijke rol. Het gaat daarbij om een externe dimensie, die van buiten op me afkomt en aan mijn ‘ik’ raak. Deze dimensie roept me en geeft me de kracht om me niet in mijn ‘ik’-denken op te sluiten, maar me te openen voor het ‘wij’ denken.
 
Ik denk daarbij aan volgende bijbelteksten:
Jesaja 25,6-8: ‘Op deze berg richt de Heer van de hemelse machten voor alle volken een feestmaal aan: uitgelezen gerechten en belegen wijnen… Op deze berg vernietigt Hij het waas dat alle volkeren het zicht beneemt, de sluier waarmee alle volken omhuld zijn. Voor altijd doet Hij de dood teniet. God, de Heer, wist alle tranen van elk gezicht.’
 
In Matteüs 25,35-45 maakt Jezus duidelijk: wie iemand te eten geeft die honger heeft, te drinken wie dorst heeft, een vreemdeling opneemt, een naakte kleed, een zieke verzorgt, een gevangene bezoekt, die heeft dit voor Hem gedaan. Want ‘Alles wat jullie gedaan hebben voor één van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.’
Paulus schrijft in 1.Korintiërs 12,12-13: ‘Een lichaam is een eenheid die uit vele delen bestaat; ondanks hun veelheid vormen de delen samen één lichaam. Zo is het ook met het lichaam van Christus. Wij zijn allen gedoopt in één Geest en zijn daardoor één lichaam geworden, wij zijn allen van één Geest doordrenkt, of we nu uit het Joodse volk afkomstig zijn, of we nu slaven of vrije mensen zijn.”
Dat sluit aan bij de gedachten van Prof. De Maeseneer uit Leuven (uitgesproken op 8 april tijdens de Euregionale Conferentie 2016 in Herzogenrath en weergegeven in een verslag in het mei-nummer van het kerkblad  ‘Drieluik’ van de Parkstadgemeenten, geschreven door ds. Sophie Bloemert, ds. Ko van de Lagemaat, Ruud Otten en Ada Hagreis.)
 


“Het evangelie roept ons op tot radicale liefde voor onze medemens. Maar onze christelijke deugden zoals gastvrijheid, barmhartigheid of geweldloosheid lijken ons ook kwetsbaar te maken. Zij hebben alleen zin als wij erop kunnen en durven vertrouwen dat in de chaotische werkelijkheid verhaallijnen van hoop te vinden zijn. “Het draait om het vertrouwen dat in de wereld mogelijkheden aanwezig zijn om deel te nemen aan het Goede dat wil doorbreken. Het Goede kan alleen gerealiseerd worden, kan blijven bestaan, als het gedeeld wordt, gemeenschappelijk genoten wordt. Waar een overdosis angst leidt tot een blikvernauwing waardoor de ander gereduceerd wordt tot een bedreiging, is het de uitdaging om een nieuw ‘wij-perspectief’ te ontwikkelen. Dan vormt het welzijn van de ander geen bedreiging meer. Dan kun je alleen maar genieten als anderen er ook in kunnen delen. Het gaat daarbij niet om een win-win situatie waarbij elke partij uit eigenbelang iets toegeeft aan de andere partij, maar om het inzicht dat je een gemeenschappelijk doel alleen maar ten volle kunt realiseren als iedereen eraan deelneemt”.
 
Het maakt voor mij duidelijk, dat geloven niet vrijblijvend is. Het vraagt de nodige bezinning, aandacht voor verandering in denken en doen. Voor mij gebeurt dat, doordat ik open ben en blijf voor  de extra en externe dimensie van mijn leven. Dat houdt openheid in naar God toe en naar mensen, zodat ik + zij = wij wordt. Ik wens ons allen gezegende ‘wij’-ervaringen!
 
 
Hartelijke groeten, Joachim Stegink

laatste update.: