PGS

ZWO

printen

GOD IS HEILIG EN WIJ?

03-05-2016

Bij het begrip "heilig" krijg ik in eerste instantie allerlei associaties als: groots, onaanraakbaar, volmaakt. En dan is die vraag niet zo moeilijk. God is heilig en wij? Niet dus. Nu ben ik zelf niet met de "vreeze des Heeren" opgevoed, maar het benadrukken van de "heiligheid van God" -en in sommige kringen gaat dat heel ver- kan een enorme afstand creëren en misschien ook wel angst oproepen of een constant gevoel van tekort schieten. God is heilig. De wereld is "onheilig", en ik.. ben maar een mens, ik.. ben klein, geneigd tot.

Oudere kerkmensen zijn ermee groot geworden. De gedachte dat de mens geneigd is tot ‘alle kwaad’. Ik heb daar altijd al moeite mee gehad. Niet alleen om dat deze gedachte voor mij wel een erg grote tegenstelling tussen God en mens creëert, een haast niet te overbruggen afstand. Maar zeker ook omdat het volgens mij veel bijbelser en in ieder geval stimulerender is om te zeggen: de mens is geneigd tot veel goeds. Want de bijbel beschrijft ons hoe er (blijkbaar) zoveel aanknopingspunten zijn in de mens, in de wereld, dat God steeds weer een nieuw begin wil maken. En zich niet verre houdt van mens en wereld, maar daarin wil wónen.

We vieren binnenkort het Pinksterfeest, de vijftigste dag na Pasen. En dan vieren we niet hoe ‘onheilig’ mensen zijn, tegenover de heiligheid van God. Maar dan vieren we hoezeer mensen ‘de moeite waard zijn’. Hoezeer God door zijn Geest mensen in vuur en vlam wil zetten, voor het góede, de zachte krachten.

Ja, dat onheilige machten vrij spel lijken te hebben, ook vandaag de dag, is de ervaring van velen. Onrecht en oorlog hebben vaste voet aan de grond gekregen in onze wereld. Wat te denken van al die mensen, van heel jong tot oud, die situaties van tekort ontvluchten: tekort aan veiligheid en vrede, tekort aan zekerheid, tekort aan bestaansrecht.

Ooit was er een chaos, waarover de Ruach, de adem van God zweefde. Waardoor de schepping gebeurde, de ordening. Zo beschrijft ons het begin van Genesis. Maar al vrij snel lezen we in hetzelfde boek dat de ordening weer wordt doorbroken. De mens geniet van de schepping, maar geniet té zeer, gaat té ver in het claimen, neemt té veel ruimte voor zichzelf in beslag. De mens volgt de aanwijzingen van de Schepper God niet op. En dan?

In de ochtendliturgie van de Ionagemeenschap staat een gebed om vergeving in bewoordingen die mij erg aanspreken. Het wordt zo ingeleid: Laten we in stilte onze fouten onder ogen zien en ons realiseren hoe kwetsbaar we zijn. En na een korte stilte wordt er dan uitgesproken door eerst de voorganger en daarna de gemeenschap:

Voor God en met Gods mensen belijd ik mijn gebrokenheid: mijn eigen leven doe ik tekort, anderen doe ik geen recht en ik beschadig de schepping. Waarop er vervolgens klinkt:

Moge God je vergeven, Christus je vernieuwen en de Geest je doen groeien in liefde.

Dat de Geest een niet te onderschatten waarde heeft, laat ons juist het Pinksterverhaal zien. De evangelisten schetsen ons een beeld van een groep leerlingen die iets bijzonders hebben meegemaakt, in de nabijheid van Jezus, maar geen vervolgstappen weten te zetten. Tótdat..!

 

 


Op de dag van het Pinksterfeest, zo lezen we, waait er die onzichtbare kracht, die zich laat vóelen, laat ervaren. Die het hele huis vult, en oplucht, en laat opademen. Op die dag verschijnen er vlammen, verschijnen er vuurtongen bij de leerlingen van Jezus. Op ieder hoofd één: als ware het: jij, doe maar mee, in jouw eigenheid. Ze voelen het, ze worden geraakt, aangeraakt. Iets in hen komt (weer) tot leven, inspireert hen en brengt hen in beweging. Op die dag worden de tongen van de leerlingen los gemaakt, zodat ze van zich doen horen.

Waarover ze spreken? Het zullen verhalen over Jezus zijn. Over hoe hemel en aarde elkaar kunnen raken, wanneer er beweging komt, grenzen doorbroken worden. Wanneer ‘ik’ en de ander ruimte maken voor elkaar. Wanneer wezen en weduwen, vluchtelingen en vreemden opgenomen worden. Het zullen verhalen zijn over hoe God bondgenoten zoekt. En mens en schepping wil ‘heiligen’. Dat wil zeggen, dat God niet verwacht dat een mensenleven volmaakt is, maar met vallen en opstaan, in alle eerlijkheid gericht is op het goede.

 

En de leerlingen spreken zuiver, ieder hoort hen in de eigen taal. Geen barrières. Nu eens niet dat vele door elkaar heen en langs elkaar heen praten. Nu eens begrip. De ander anders laten zijn en toch ‘verstaan’. Het zal één grote chaos geweest zijn op dat marktplein, maar toch is het een verhaal van ‘ordening’.  Immers, het gaat hier om Gods adem, Gods Ruach, Gods Geest, die schept en herschept. Die aanvuurt, in beweging brengt. Die liefde veroorzaakt, die zicht geeft, schoon waait, reinigt. Die mededogen brengt, vruchten voortbrengt. Een vonk tot vuur aanwakkert, de hoop levend houdt.

 

Het gaat hier om Gods Geest die niet onder woorden te brengen is, tenzij in de taal van de poëzie en verbeelding. Maar die wel is te ervaren, tot op de huid, tot in het hart. En om Wie we kunnen en moeten bidden. Want bidden is: ons openstellen, ontvankelijk zijn, verwachten, verlangen, ruimte geven..

 

Voor mij is het Pinksterfeest het ultieme feest waarop mensen ‘geheiligd’ worden. Niet heilig dus in de zin van volmaakt en groots, onaanraakbaar. Maar heilig als ‘bijzonder’, ‘apart gezet’. Met veel potentie, veel mogelijkheden. De mens als bondgenoot van God.

 

Met Pinksteren gaat het om Gods Geest. En God is heilig. En wij?

Ds.Irene M. Pluim


laatste update.: