PGS

ZWO

printen

IN DE WINTER EXTRA AANDACHT

01-01-2016

 “De meeste dieren weten hoe ze de wintermaanden moeten doorkomen. Toch kunnen ze best wat hulp gebruiken”. Zo begint een artikel in het blad van de ASN Bank. Het valt op door de prachtige plaatjes die erbij staan. Bovenaan staat een schattig klein eekhoorntje en aan het einde een wollig konijn. Alle dieren staan met hun pootjes in de sneeuw en kijken ons een beetje hulpeloos aan. Als je dit ziet, weet je meteen: “hier ga ik aan meedoen, ik wil ook helpen”.

De tips die je kunt lezen, kun je gemakkelijk opvolgen. Geef knaagdieren bij kou extra stro om in te nestelen. Bied tijdens de vorstperiode nooit teveel voedsel aan. Probeer een vastgevroren kikker niet los te trekken, laat honden geen sneeuw eten. En zo nog veel meer. Het ene wat meer voor de hand liggend, het andere om van te leren.

Ik vraag me af hoe het zou zijn als dit artikel net een beetje anders begonnen was. Er had kunnen staan: “De meeste mensen weten hoe ze de wintermaanden moeten doorkomen. Toch kunnen ze best wat hulp gebruiken”. Eén woordje verschil en het hele verhaal had er anders uitgezien. Ik vind het wel een mooi uitgangspunt. We weten wel hoe we door de winter moeten, we zijn niet hulpeloos en ook niet totaal verloren. Maar een beetje ondersteuning is toch erg welkom. Voor een kerkgemeenschap is het een mooie exercitie om te bedenken hoe zo’n artikel over extra aandacht in de winter eruit zou zien als het over mensen ging.

We zouden kunnen melden dat mensen zo in elkaar zitten dat ze zich in principe goed kunnen redden. Ze kunnen zich aanpassen aan de kou en de duisternis. Ze kunnen zelfs aan de kalender zien wanneer de zon opgaat en ondergaat en weten dat de dagen vanaf 21 december lengen. Als je weet dat kou en duisternis een fase zijn die ook weer voorbij gaat, dan kun je er beter mee omgaan. Je hoeft niet bang te zijn dat het alsmaar kouder en donkerder wordt en het nooit meer goed komt. Dat zou pas echt een probleem zijn.

Dat principe kunnen we ook toepassen op het hele leven. Het kan mensen veel houvast geven als ze de overtuiging hebben dat kou en duisternis ook in overgankelijke zin een fase zijn die voorbij gaat. Kou en duisternis zijn dan het beeld van onrecht, oorlog, lijden en onmenselijkheid. Je zou je kunnen afvragen of die niet telkens erger worden en het nooit meer beter zal gaan. Maar als je dat in breder perspectief ziet, kijk je er anders naar. De kans om door geweld om het leven te komen is in de geschreven geschiedenis van de mensheid bijvoorbeeld nog nooit zo klein geweest als juist in onze generatie.

 


Bovendien kennen de drie monotheïstische godsdiensten ook de overtuiging van de eindtijd. Ooit zal alles beter worden, dan komt de uiteindelijke gerechtigheid, dan wordt alles zoals het bedoeld was, geloven joden, christenen en moslims. De geschiedenis leeft toe naar Gods grote apotheose van liefde, vrede en geluk. Een dergelijk geloof laat je ook anders in het leven staan. Het is als een soort eeuwige lente die je kunt verwachten, ook als de huidige tijd soms beleefd wordt als kou en duisternis.

Ja, de meeste mensen weten hoe ze de winter door moeten komen, maar een beetje hulp kunnen ze best gebruiken. En ook als het over die hulp gaat, heeft een kerkgemeenschap wel wat te bieden. Extra aandacht is dan heel belangrijk. Door extra aandacht zíe je waar mensen kou en duisternis ervaren, en kun je wat steun bieden. De steun aan dieren heeft de vorm van stro, voer, veiligheid en bescherming. De steun aan mensen heeft zo zijn eigen vorm.

Veiligheid en bescherming kunnen voor mensen een heel eigen invulling krijgen. Ook die kun je goed vinden in de tradities van alle levensbeschouwingen. Het hardst zoeken mensen naar houvast. De beste houvast in het leven is de overtuiging dat het leven de moeite waard is om geleefd te worden. De overtuiging dat het leven ergens over gáát, dat het niet zomaar een dom toeval is dat uitpakt op de manier die het lot bepaalt, is de mooiste vorm van bescherming en veiligheid die mensen kunnen vinden. Voor mensen een goede manier om de winter van zinloosheid en angst door te komen.

In de winter extra aandacht. Voor ons kan dat betekenen dat we de overtuiging hebben dat elke periode van kou en duisternis toch uiteindelijk naar nieuw licht zal leiden, en dat het leven een doel heeft, dat we gewild zijn en ons leven goed kan zijn. Dat vertrouwen kunnen we goed gebruiken. Het brengt ons in de stemming waarmee het Hooglied bezingt (2, 11-13): “De winter is voorbij, het regent niet meer. Buiten bloeien de bloemen al, de vogels gaan weer zingen, overal hoor je de duiven. De vijgenboom heeft al vruchten, de wijngaard bloeit, het ruikt heerlijk. Sta vlug op, mijn liefste, mooi meisje, kom met me mee!”

 

Een winter vol warmte wens ik u toe en alle goeds voor het nieuwe jaar,

Irene Pluim 


laatste update.: